Bijlage 12b Rarim
Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)
Stoffen die in een andere stofklasse zijn ingedeeld met bijbehorende afwijkende waarden als bedoeld in artikel 1.3b, tweede lid, van deze regeling. CAS Nummer Naam Stofklasse Grensmassastroom (g/uur) Emissiegrenswaarde (mg/Nm3) 10043-35-3 boorzuur MVP 1 – 51 100-44-7 benzylchloride; chloormethylbenzeen; alfachloortolueen MVP 2 100 20 10124-43-3 kobaltsulfaat MVP 1 0,25 0,05 10141-05-6 kobalt(II)dinitraat MVP 1 2,5 0,5 10190-55-3 loodmolybdaat MVP 1 2,5 0,5 10332-33-9 perboorzuur (HBO(O2)) natriumzout monohydraat MVP 1 - 51 10486-00-7 perboorzuur (HBO(O2)) natriumzout tetrahydraat MVP 1 - 51 106-94-5 1-broompropaan MVP 2 500 50 109-86-4 2-methoxyethanol; methyleenglycolmonomethylether; ethyleenglycolmonomethylether; methylglycol MVP 2 100 20 110-49-6 2-methoxyethylacetaat MVP 2 100 20 110-80-5 2-ethoxyethanol; ethyleenglycolmonoethylether MVP 2 500 50 11113-50-1 natuurlijk ruw boorzuur met een gehalte aan H3BO3 van niet meer dan 85 gewichtspercenten berekend op de droge stof MVP 1 - 51 111-15-9 2-ethoxyethylacetaat; ethylglycolacetaat MVP 2 500 50 11138-47-9 perboorzuur natriumzout MVP 1 - 51 117955-40-5 2-methoxypropylacetaat MVP 2 500 50 12007-00-0 nikkelboride (NiB) MVP 1 2,5 0,5 12007-01-1 dinikkelboride MVP 1 2,5 0,5 12007-02-2 trinikkelboride MVP 1 2,5 0,5 120-12-7 antraceen MVP 1 - 51 12040-72-1 perboorzuur natriumzout monohydraat MVP 1 - 51 12068-61-0 nikkeldiarsenide MVP 1 0,25 0,05 12179-04-3 boraxpentahydraat; dinatriumtetraboraat pentahydraat MVP 1 - 51 12267-73-1 tetraboordinatriumheptaoxide hydraat MVP 1 - 51 12619-90-8 nikkelboride MVP 1 2,5 0,5 126-99-8 chloropreen; 2-chloor-1,3-butadieen; 2-chloropreen MVP 2 500 50 127-19-5 N,N-dimethyl-aceetamide MVP 2 500 50 12737-30-3 kobaltnikkeloxide MVP 1 2,5 0,5 1303-00-0 galliumarsenide MVP 1 0,25 0,05 1303-28-2 arseenpentoxide; diarseenpentaoxide MVP 1 0,25 0,05 1303-86-2 booroxide; diboortrioxide MVP 1 - 51 1303-96-4 boraxdecahydraat; dinatriumtetraboraat decahydraat MVP 1 - 51 1327-53-3 arseentrioxide MVP
- a) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 5 mg/Nm3 emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, groter of gelijk is aan 200 gram per uur. Indien voor een bron geen filtrerende afscheider kan worden toegepast, emitteert deze bron afzonderlijk niet meer dan 20 milligram per normaal kubieke meter;
- b) Alle bronnen in de inrichting mogen afzonderlijk ten hoogste 20 mg/Nm3emitteren, indien de massastroom van een stof of de som van de onder normale procesomstandigheden gedurende één uur optredende massastromen van stoffen binnen deze stofklasse vanuit al die puntbronnen, kleiner is dan 200 gram per uur.