Bijlage 10d Rarim: behorende bij artikel 2.16c, tweede lid, methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide voor een inrichting waarop artikel 3.55 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is of een inrichting waarop artikel 3.75 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is en waarbij degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag

Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)

In deze bijlage zijn de methoden voor de bepaling van de terugverdientijd en de berekening van de emissie van kooldioxide1In deze bijlage zal afwisselend gebruik worden gemaakt van de term kooldioxide en CO2. Tussen de beide termen is geen verschil in betekenis beoogd. bij maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik opgenomen voor een inrichting waarop artikel 3.55 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is of een inrichting waarop artikel 3.75 van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is en waarbij degene die de inrichting drijft gebruik maakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag. De methodiek voor het berekenen van de terugverdientijd van een maatregel ter verduurzaming van het energiegebruik is evenals de methode voor de berekening van de emissie van kooldioxide van toepassing op de verschillende maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in artikel 2.15, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer. In artikel 2.16c, tweede lid, van de Activiteitenregeling milieubeheer is opgenomen dat voor de hiervoor genoemde inrichtingen bij het bepalen van de terugverdientijd en de emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, gebruik wordt gemaakt van de methode in bijlage 10d. De terugverdientijd van een maatregel wordt berekend voor een logische eenheid, afhankelijk van het gebouw, proces, activiteit en de soort maatregel. Voorafgaand aan het berekenen van de terugverdientijd moet het kooldioxide-reducerend effect worden bepaald. De methode voor het bepalen van het kooldioxide-reducerend effect wordt beschreven in paragraaf 2, de methode voor het berekenen van de terugverdientijd in paragraaf 3. Bij inrichtingen waarop in verband met de hoogte van het energiegebruik de verplichting van artikel 2.15, negende lid, onderdeel b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is, kan bij het verrichten van het on