Art. 5.32 Rarim, Installatie voor de productie van titaandioxide

Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)

De meting van emissies in de lucht omvat:

a. een continue meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van ≥ 200g/uur;

b. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van totaal stof afkomstig uit puntbronnen met een massastroom van <200 g/uur;

c. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het sulfaatproces: een continue meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide (SO2) en zwaveltrioxide (SO3) afkomstig van de ontsluiting en roosting uit inrichtingen voor de concentratie van afvalzuren;

d. indien de IPPC-installatie gebruik maakt van het chlorideproces:

1°. een eenmalige meting van de emissieconcentratie van gasvormig zwaveldioxide en zwaveltrioxide;

2°. een continue meting van de emissieconcentratie van chloor afkomstig uit de voornaamste bronnen;

3°. om het jaar een periodieke meting van de emissieconcentratie van zoutzuur.