Art. 4.102ec Rarim, Flexodruk of verpakkingsdiepdruk

Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)

1. Ten behoeve van het voorkomen dan wel het zoveel mogelijk beperken van diffuse emissies als bedoeld in artikel 4.94di van het besluit, worden gassen en dampen die vrijkomen bij: voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, doelmatig aan de bron afgezogen.

a. het mengen van oplosmiddelhoudende inkt en lak;

b. drukpersen, lakkeer- en lamineermachines;

c. het destilleren van oplosmiddelresten, of

d. het spoelen van verpakkingen van oplosmiddelhoudende inkt, lak of lijm

2. Ten behoeve van het voorkomen dan wel voor zover dat niet mogelijk is, het tot een aanvaardbaar niveau beperken van geurhinder als bedoeld in artikel 4.94di van het besluit, worden de afgezogen gassen en dampen, die naar de buitenlucht worden afgevoerd:

a. ten minste twee meter boven de hoogste daklijn van de binnen 25 meter van de uitmonding gelegen gebouwen afgevoerd, of

b. geleid door een doelmatige ontgeuringsinstallatie.

3. Het tweede lid is niet van toepassing indien het mogelijke effect van de geuremissie van de uittredende lucht van een afzuiginstallatie beperkt blijft tot een gezoneerd industrieterrein of een bedrijventerrein met minder dan één geurgevoelig object per hectare.

4. Het bevoegd gezag kan indien blijkt dat de geurhinder een aanvaardbaar niveau overschrijdt vanwege het slecht functioneren van de ontgeuringsinstallatie, onvoldoende spreiding van afgezogen dampen, geuremissies die niet via de afzuiging worden afgevoerd of incidentele geurpieken, overeenkomstig artikel 2.7a, derde lid, van het besluit in aanvulling op het tweede lid maatwerkvoorschriften stellen met betrekking tot:

a. de uitvoering en het onderhoud van een ontgeuringsinstallatie;

b. de situering van de afvoerpijp;

c. het voorkomen of beperken van diffuse geuremissies, of

d. het beperken van incidentele geurpieken tot specifieke tijdstippen.

5. In afwijking van het tweede lid, kan het bevoegd gezag indien blijkt dat de geurhinder een aanvaardbaar niveau overschrijdt en de bevoegdheden genoemd in het vierde lid onvoldoende zijn om de overschrijding ongedaan te maken overeenkomstig artikel 2.7a, derde lid, van het besluit maatwerkvoorschriften opstellen met betrekking tot de aanwezigheid van een ontgeuringsinstallatie of grotere afvoerhoogte van de afgezogen dampen en gassen.