Art. 3.7e Rarim, Het in werking hebben van een middelgrote stookinstallatie als bedoeld in § 3.2.1 en § 5.1.5 van het besluit
Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)
1. Afzonderlijke metingen zijn representatief voor normale bedrijfsvoering met het brandstofmengsel dat de hoogste emissie zal opleveren.
2. Een afzonderlijke meting bij een ketelinstallatie wordt verricht bij een belasting van meer dan 60 procent. Een afzonderlijke meting bij een dieselmotor, een gasmotor of een gasturbine, wordt verricht bij de hoogste belasting, waarbij deze continu kan worden bedreven.
3. Een afzonderlijke meting bij een gasturbine, met een bijbehorende ketelinstallatie, wordt verricht bij een bijstook van ten hoogste 10% in de bijbehorende ketelinstallatie.