Art. 3.38 Rarim, Opslaan in ondergrondse opslagtanks van vloeibare brandstof, afgewerkte olie, bepaalde organische oplosmiddelen of vloeibare bodembedreigende stoffen die geen gevaarlijke stoffen of CMR stoffen zijn
Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)
1. Bij het opslaan van stoffen in ondergrondse opslagtanks van metaal of kunststof alsmede het vullen en legen van deze opslagtanks wordt voldaan aan de volgende onderdelen van PGS 28:
a. de voorschriften 2.3.3 en 3.2.3 tot en met 3.2.5;
b. de paragrafen 3.3 en 5.2;
c. de voorschriften 5.7.2 en 5.7.3, en
d. de voorschriften 6.2.6 en 6.2.8.
2. Indien een ondergrondse opslagtank die gebruikt is voor opslag van afgewerkte olie gebruikt gaat worden voor het opslaan van een andere vloeistof dan afgewerkte olie vindt voor de wisseling van de opgeslagen vloeistof een beoordeling en goedkeuring van de opslagtank plaats overeenkomstig artikel 3.35, eerste en tweede lid.
3. Het legen van een ondergrondse opslagtank met afgewerkte olie vindt plaats overeenkomstig paragraaf 3.5 van PGS 28.
4. In afwijking van het eerste lid voldoet de opslag van een organisch oplosmiddel als bedoeld in artikel 3.29, eerste lid, onderdelen c tot en met i, van het besluit in ondergrondse opslagtanks alsmede het vullen en legen van deze opslagtanks aan de paragrafen 2.3 tot en met 2.3.2, 3.1, 3.2.1, 3.2.2, 5.2, 5.3.2, 5.3.3, 5.4, 5.6, 6.2.2, 6.3 en 6.8 van PGS 31.