Art. 3.13 Rarim, In werking hebben van een windturbine
Activiteitenregeling milieubeheer (Rarim)
1. Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering wordt lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine zoveel mogelijk voorkomen of beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode.
2. Het bevoegd gezag kan met betrekking tot het in werking hebben van een windturbine aanvullend maatwerkvoorschriften stellen ten behoeve van het voorkomen of beperken van hinder door lichtschittering indien het eerste lid in een specifiek geval niet toereikend is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616
- ABRvS 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141
- ABRvS 19 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1947
- ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1781
- ABRvS 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1228
- ABRvS 19 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3067
- ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4442
- ABRvS 5 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:375
- Rb. Rotterdam 13 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:1013
- Rb. Rotterdam 2 juli 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:4683