Art. 2.28 Barim, Oplosmiddelen

Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)

Deze afdeling is van toepassing op oplosmiddeleninstallaties die een of meer van de in tabel 2.28a of tabel 2.28b vermelde drempelwaarden bereiken.

Activiteit

Drempelwaarde (voor oplosmiddelenverbruik in ton/jaar)

Emissiegrenswaarde (mg C/Nm3)

Diffuse-emissiegrenswaarde (percentage oplosmiddeleninput)

Totale emissiegrenswaarde

Bijzondere bepalingen

In deze tabel wordt onder bestaande oplosmiddeleninstallatie verstaan: oplosmiddeleninstallatie die op 1 april 2002 in werking was.

De in deze tabel vermelde emissiegrenswaarden, diffuse-emisiegrenswaarden en totale emissiegrenswaarden worden gemeten bij een temperatuur van 273,15 K en een druk van 101,3 kPa.

1

Heatsetrotatie-offsetdruk

>15

>25

100

20

30% (1)

30% (1)

(1) Resten oplosmiddelen in eindproduct worden niet als onderdeel van de diffuse emissie beschouwd.

2

Illustratiediepdruk

>25

75

10% (1)

(1) Diffuse-emissiegrenswaarde voor een bestaande oplosmiddeleninstallatie: 15%.

3

Andere rotatiediepdruk, flexografie, rotatiezeefdruk, lamineer- of lakeenheden, rotatiezeefdruk op textiel/karton

>15

>25

100

100

25%

20%

Rotatiezeefdruk op textiel/karton

>30

100

20%

4

Oppervlaktereiniging (2)

>1

>5

20 (1)

20 (1)

15%

10%

(1) Emissiegrenswaarde in massa van de verbindingen in mg/Nm3 en niet in totale massa koolstof.

(2) Met de in artikel 2.30, eerste en derde lid, vermelde stoffen.

5

Overige oppervlaktereiniging

>2

>10

75 (1)

75 (1)

20% (1)

15% (1)

(1) Wanneer wordt aangetoond dat het gemiddelde gehalte aan organische oplosmiddelen van al het in een oplosmiddeleninstallatie gebruikte reinigingsmateriaal niet hoger ligt dan 30 gewichtsprocenten, gelden deze waarden niet voor die oplosmiddeleninstallatie.

6

Coating van voertuigen

Overspuiten van voertuigen

<15

>0,5

50 (1)

50 (1)

25%

25%

(1) Naleving moet worden aangetoond op basis van metingen om de 15 minuten.

7

Bandlakken

>25

50 (1)

5% (2)

(1) Voor oplosmiddeleninstallaties die technieken gebruiken waarbij oplosmiddelenhergebruik mogelijk is, geldt een emissiegrenswaarde van 150.

(2) Diffuse-emissiegrenswaarde voor een bestaande oplosmiddeleninstallatie: 10%

8

Andere coatingprocessen, waaronder metaal-, kunststof-, textiel-(5), film- en papiercoating

>5

>15

100 (1) (4)

50/75 (2) (3)(4)

25% (4)

20% (4)

(1) Deze emissiegrenswaarde geldt voor coating- en droogprocessen waarbij de vrijkomende vluchtige organische stoffen beheerst worden afgevangen en uitgestoten.

(2) De eerste emissiegrenswaarde geldt voor droogprocessen, de tweede voor coatingprocessen.

(3) Voor oplosmiddeleninstallaties die genitrogeneerde oplosmiddelen gebruiken met technieken waarbij oplosmiddelenhergebruik mogelijk is, geldt een gecombineerde grenswaarde voor coating- en droogproces van 150.

(4) Voor coatingwerk waarbij de vrijkomende vluchtige organische stoffen niet beheerst kunnen worden afgevangen en afgestoten (zoals in de scheepsbouw, en bij schilderen van vliegtuigrompen) kan overeenkomstig artikel 2.29, vijfde lid, van deze waarden worden afgeweken.

(5) Rotatiezeefdruk op textiel valt onder activiteit nr. 3.

9

Coating van wikkeldraad

>5

10 g/kg (1)

5 g/kg (2)

(1) Geldt voor oplosmiddeleninstallaties met een gemiddelde draaddiameter ≤ 0,1 mm.

(2) Geldt voor alle andere oplosmiddeleninstallaties.

10

Coating van hout

>15

>25

100 (1)

50/75 (2)

25%

20%

(1) Deze emissiegrenswaarde geldt voor coating- en droogprocessen waarbij de vrijkomende vluchtige organische stoffen beheerst worden afgevangen en uitgestoten.

(2) De eerste waarde geldt voor droogprocessen, de tweede voor coatingprocessen.

11

Chemisch reinigen

20 g/kg (1) (2)

(1) Uitgedrukt in massa uitgestoten oplosmiddel per kilogram gereinigd en gedroogd product.

(2) De in artikel 2.30, tweede lid, vermelde emissiegrenswaarde geldt niet voor deze sector.

12

Impregneren van hout

>25

100 (1)

45%

11 kg/m3

(1) De emissiegrenswaarde geldt niet voor impregneren met creosoot.

13

Coating van leer

>10

> 25

> 10 (1)

85 g/m2

75 g/m2

150 g/m2

De emissiegrenswaarden zijn uitgedrukt in gram uitgestoten oplosmiddel per vierkante meter vervaardigd product.

(1) Voor coating van leer voor meubelen en bepaalde lederen goederen, die worden gebruikt als kleine consumptiegoederen zoals tassen, riemen, portefeuilles enz.

14

Fabricage van schoeisel

>5

25 g per paar

De totale emissiegrenswaarde is uitgedrukt in gram uitgestoten oplosmiddel per vervaardigd paar compleet schoeisel.

15

Lamineren van hout en kunststof

>5

30 g/m2

16

Het aanbrengen van een lijmlaag

>5

>15

50 (1)

50 (1)

25%

20%

(1) Als technieken worden gebruikt waarbij oplosmiddelenhergebruik mogelijk is, geldt een emissiegrenswaarde van 150.

17

Vervaardigen van coatingmengsels, lak, inkt en kleefstoffen

>100

>1000

150

150

5%

3%

5% van de oplosmiddeleninput

3% van de oplosmiddeleninput

Onder de diffuse-emissiegrenswaarde vallen niet de oplosmiddelen die als bestanddeel van een mengsel in een gesloten container worden verkocht.

18

Bewerking van rubber

>15

20(1)

25% (2)

25% van de oplosmiddeleninput

(1) Als technieken worden gebruikt waarbij oplosmiddelenhergebruik mogelijk is, geldt een emissiegrenswaarde van 150.

(2) Onder de diffuse-emissiegrenswaarde vallen niet de oplosmiddelen die als bestanddeel van een mengsel in een gesloten container worden verkocht.

19

Extractie van plantaardige oliën en van dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën

>10

(1) De totale emissiegrenswaarden voor oplosmiddeleninstallaties voor de verwerking van losse partijen zaden en ander plantaardig materiaal worden door het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift gegeven.

dierlijk vet

1,5 kg/ton

(2) Geldt voor alle fractioneringsprocessen met uitzondering van ontgommen (het verwijderen van gom uit de olie).

ricinus

3,0 kg/ton

(3) Geldt voor ontgommen.

raapzaad

1,0 kg/ton

zonnebloemzaad

1,0 kg/ton

sojabonen (normale maling)

0,8 kg/ton

sojabonen (witte vlokken)

1,2 kg/ton

overige zaden en ander plantaardig materiaal

3 kg/ton (1)

1,5 kg/ton (2)

4 kg/ton (3)

20

Vervaardigen van geneesmiddelen

>50

20 (1)

5% (2) (3)

5% van de oplosmiddeleninput (4)

(1) Als technieken worden gebruikt waarbij oplosmiddelenhergebruik mogelijk is, geldt een emissiegrenswaarde van 150.

(2) Onder de diffuse-emissiegrenswaarde vallen niet de oplosmiddelen die als bestanddeel van een mengsel in een gesloten container worden verkocht.

(3) Dffuse-emissiegrenswaarde bestaande oplosmiddeleninstallatie: 15%

(4) Totale emissiegrenswaarde bestaande oplosmiddeleninstallatie: 15% van de oplosmiddeleninput

Activiteit in de voertuigindustrie (drempelwaarde voor oplosmiddelenverbruik in ton/jaar) (1)

Productie(2)

Totale emissiegrenswaarde (3)

Nieuwe oplosmiddeleninstallatie

Bestaande oplosmiddeleninstallatie (4)

Coating nieuwe auto’s (> 15)

> 5000

45 g/m2 of

60 g/m2 of

1,3 kg/auto + 33 g/m2

1,9 kg/auto + 41 g/m2

≤ 5000 zelfdragend of

90 g/m2 of

90 g/m2 of

> 3500 met chassis

1,5 kg/auto + 70 g/m2

1,5 kg/auto + 70 g/m2

Coating van nieuwe vrachtwagencabines (> 15)

≤ 5000

65 g/m2

85 g/m2

> 5000

55 g/m2

75 g/m2

Coating van nieuwe bestelwagens en vrachtwagens (> 15)

≤ 2500

90 g/m2

120 g/m2

> 2500

70 g/m2

90 g/m2

Coating van nieuwe bussen (> 15)

≤ 2000

210 g/m2

290 g/m2

> 2000

150 g/m2

225 g/m2

(1) Oplosmiddeleninstallaties voor de coating van voertuigen beneden de in deze tabel vermelde drempelwaarden voor het oplosmiddelenverbruik voldoen aan de in tabel 2.28a, onderdeel 6, vermelde eisen voor coating of overspuiten van voertuigen.

(2) Geldt voor de jaarlijkse productie van gecoat materiaal.

(3) De totale emissiegrenswaarden zijn uitgedrukt in gram uitgestoten oplosmiddel per m² vervaardigd product en in kilogram uitgestoten oplosmiddel per carrosserie.

Het oppervlak van de vermelde producten wordt als volgt gedefinieerd: het berekende oppervlak van het totale elektroforetisch coatingvlak en het oppervlak van delen die eventueel in latere fasen van het coatingproces worden toegevoegd en met dezelfde coating worden bekleed als voor het desbetreffende product wordt gebruikt, of het totale oppervlak van het in de installatie gecoate product.

Het oppervlak van het elektroforetisch coatingvlak wordt berekend met de volgende formule:

(2 maal gewicht product zonder coating)

(gemiddelde dikte metaalplaat x dichtheid metaalplaat)

Deze methode wordt ook gebruikt voor andere gecoate onderdelen van metaalplaat.

Voor de berekening van het oppervlak van de andere toegevoegde delen of het totale in de installatie gecoate oppervlak wordt gebruikgemaakt van CAD (computergesteund ontwerp) of andere gelijkwaardige methoden.

De totale emissiegrenswaarden hebben betrekking op alle procesfasen die in dezelfde installatie worden uitgevoerd vanaf elektroforetische coating of een ander soort coatingproces tot en met het uiteindelijke in de was zetten en polijsten van de toplaag, alsmede de oplosmiddelen die bij het reinigen van procesapparatuur worden gebruikt, met inbegrip van spuitcabines en andere vaste apparatuur, zowel tijdens als buiten de productiefase.

(4) In deze tabel wordt onder bestaande oplosmiddeleninstallatie verstaan: een oplosmiddeleninstallatie die op 1 april 2002 in werking was.