Bijlage I Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen
Loonheffingen, pensioenen; beschikbare-premieregelingen
Aanwijzing als bedoeld in onderdeel 2.3 Staffels met uitgangspunten, toelichting, voorwaarden en bijzonderheden Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag (opbouw gericht op 2,25% per dienstjaar bij middelloonstelsel) OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 5,2 6,3 7,2 7,6 20 tot en met 24 5,9 7,2 8,2 9,0 25 tot en met 29 7,2 8,8 9,9 10,8 30 tot en met 34 8,8 10,7 12,0 12,7 35 tot en met 39 10,8 13,0 14,4 15,2 40 tot en met 44 13,1 15,9 17,5 18,3 45 tot en met 49 16,1 19,5 21,1 22,1 50 tot en met 54 19,7 24,0 25,6 26,6 55 tot en met 59 24,4 29,7 31,0 32,0 60 tot en met 64 30,5 37,2 37,9 38,3 Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag (opbouw gericht op 2,05% per dienstjaar bij middelloonstelsel) OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 4,7 5,7 6,6 6,9 20 tot en met 24 5,4 6,6 7,5 8,2 25 tot en met 29 6,6 8,0 9,0 9,9 30 tot en met 34 8,0 9,7 10,9 11,6 35 tot en met 39 9,8 11,9 13,2 13,9 40 tot en met 44 12,0 14,5 15,9 16,7 45 tot en met 49 14,6 17,8 19,2 20,1 50 tot en met 54 18,0 21,8 23,3 24,3 55 tot en met 59 22,3 27,1 28,3 29,1 60 tot en met 64 27,8 33,9 34,5 34,9 Leeftijdsklassen tot 65 jaar Percentage van de pensioengrondslag (opbouw gericht op 2,15% per dienstjaar bij middelloonstelsel) OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP 15 tot en met 19 5,0 6,0 6,9 7,3 20 tot en met 24 5,7 6,9 7,9 8,6 25 tot en met 29 6,9 8,4 9,5 10,4 30 tot en met 34 8,4 10,2 11,4 12,2 35 tot en met 39 10,3 12,5 13,8 14,5 40 tot en met 44 12,6 15,2 16,7 17,5 45 tot en met 49 15,3 18,6 20,2 21,1 50 tot en met 54 18,9 22,9 24,4 25,5 55 tot en met 59 23,3 28,4 29,7 30,6 60 tot en met 64 29,2 35,6 36,2 36,6 Bij de staffels gelden de volgende uitgangspunten:
- a. De staffels gelden voor beschikbare premies voor de opbouw van aanspraken op ouderdomspensioen en eventueel PP (circa 70% van het OP). In de percentages is een opslag begrepen voor kosten en voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid.
- b. De staffels zijn gebaseerd op een maximale opbouw van ouderdomspensioen volgens het middelloonstelsel. De staffels van tabel 1 zijn dan ook gericht op de voor een middelloonregeling geldende maximale opbouw van 2,25% per dienstjaar. Deze staffels zijn daarmee gericht op een opbouw gedurende 35 jaar die leidt tot een pensioen dat vergelijkbaar is met een pensioen op basis van het eindloonstelsel. Laatstgenoemd pensioen bedraagt na 35 jaar opbouw maximaal 70% van het eindloon.
- c. Tabellen 2 en 3 zijn recht evenredig afgeleid uit tabel 1 waarbij rekening is gehouden met afrondingsverschillen. Deze tabellen zijn van toepassing als partijen gebruik maken van artikel 10aa van het UBLB. Tabel 2 geldt bij een opbouw op basis van 2,05% middelloon en tabel 3 bij een opbouw op basis van 2,15% middelloon. Beide opbouwpercentages zijn gebaseerd op artikel 10aa van het UBLB.
- d. De bij tabel 1 te hanteren pensioengrondslag is gelijk aan het pensioengevend loon minus ten minste de minimale franchise van 10/7 × de AOW-uitkering voor een gehuwde. Voor de tabellen 2 en 3 is de te hanteren grondslag gelijk aan het pensioengevend loon verminderd met ten minste de franchisebedragen genoemd in artikel 10aa van het UBLB. Bij de vaststelling van de premies in de drie laatste kolommen van de staffels is rekening gehouden met de omstandigheid dat voor partnerpensioen een lagere franchise geldt dan voor ouderdomspensioen. Dit vloeit voort uit het feit dat het partnerpensioen is uitgedrukt in een percentage van 70% van het ouderdomspensioen.
- e. De premies zijn uitgedrukt in percentages van de pensioengrondslag.
- f. De staffels gaan uit van een mannelijke werknemer met een vrouwelijke partner die 3 jaar jonger is.
- g. De gehanteerde overlevingstafel is: GBM/GBV 2000/2005. De leeftijdscorrecties zijn: werknemer -5 en partner -6.
- h. De rekenrente is 4%.
- i. De gehanteerde kostenopslag is 10% (factor: 1,1).
- j. De opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid bedraagt 8% (factor 100/92).
- k. De intredeleeftijd is bij toepassing van de staffels niet van belang.
- l. De premies voor de klasse van 15 tot en met 19 jaar zijn gebaseerd op een leeftijd van 18 jaar, dit in afwijking van het wettelijk uitgangspunt van artikel 18a, derde lid, onderdeel a, van de Wet LB. Dat voorschrift gaat uit van de gemiddelde leeftijd in elke klasse. De afwijking vloeit voort uit het feit dat een toetredingsleeftijd tot een pensioenregeling in de praktijk veelal minimaal 18 jaar is.
- a. De eerste kolom met premiepercentages (kolom: OP) geldt als de werkgever aan de werknemer uitsluitend een ouderdomspensioen heeft toegezegd.
- b. De tweede kolom met premiepercentages (kolom: OP en uitgesteld opgebouwd PP) geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een uitgesteld, tijdsevenredig opgebouwd partnerpensioen. Het partnerpensioen bedraagt 70% van het tijdsevenredig opgebouwde ouderdomspensioen. ‘Uitgesteld’ betekent in dit verband dat de uitkeringen van het partnerpensioen ingaan na het overlijden van de werknemer op of na de pensioendatum.
- c. De derde kolom met premiepercentages (kolom: OP en direct ingaand opgebouwd PP) geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een direct ingaand, tijdsevenredig opgebouwd partnerpensioen ter grootte van 70% van dat ouderdomspensioen. ‘Direct ingaand’ betekent in dit verband dat de uitkeringen van het partnerpensioen ingaan na het overlijden van de werknemer, ongeacht op welk moment dat plaatsvindt.
- d. De laatste kolom met premiepercentages (kolom: OP en direct ingaand bereikbaar PP) geldt als de werkgever aan de werknemer een ouderdomspensioen heeft toegezegd tezamen met een direct ingaand, op de pensioendatum bereikbaar partnerpensioen. In dit geval zal een deel van het partnerpensioen op risicobasis verzekerd moeten zijn voor het geval dat de werknemer overlijdt vóór de pensioendatum. Partijen kunnen deze staffel niet gebruiken bij werknemers voor wie geen partnerpensioen op risicobasis is verzekerd.
- a. Collectief en individueel De staffels zijn collectief en individueel toepasbaar.
- b. Incidentele beloning Als de AOW-franchise geheel is verwerkt bij de berekening van de pensioengrondslag uit het structurele loon, kunnen partijen de premiepercentages rechtstreeks toepassen op incidentele beloningen. Bij een gedeeltelijke verwerking van de franchise dient men het nog niet in aanmerking genomen deel hiervan te verrekenen bij de pensioenopbouw over het incidentele loon.
- c. Op risicobasis verzekerd partnerpensioen Partijen kunnen de beschikbare premies uit kolom 4 (OP en direct ingaand bereikbaar PP) alleen hanteren als de pensioenverzekeraar de premies voor de risicoverzekering daadwerkelijk onttrekt aan de ontvangen premie of aan de beleggingswaarde van de pensioenverzekering. Op deze wijze wordt voorkómen dat deze premies ten onrechte worden gebruikt voor opbouw van het ouderdomspensioen. Immers, alleen een opgebouwd partnerpensioen is beschikbaar voor een eventuele ruil voor ouderdomspensioen.
- d. Opslag voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid In de premies uit de staffels is een opslag verwerkt voor premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid (zie onderdeel 2, punt j, van deze bijlage). Dit is gebeurd door de premies te vermenigvuldigen met 100/92. Partijen mogen deze opslag alleen hanteren als de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid daadwerkelijk is toegekend en verzekerd. De pensioenverzekeraar moet de premies voor de verzekering van premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid daadwerkelijk onttrekken aan de ontvangen premie of aan de beleggingswaarde van de pensioenverzekering. Partijen kunnen de opslag dan ook niet aanwenden voor een hoger ouderdoms- of partnerpensioen.
- e. Arbeidsongeschiktheids- en nabestaandenoverbruggingspensioen Partijen kunnen de premies uit de staffels verhogen met premies voor een arbeidsongeschiktheidspensioen of een nabestaandenoverbruggingspensioen. Uiteraard moeten zij deze risico’s dan ook daadwerkelijk voor die premies verzekeren. Ook deze risicopremies kunnen partijen niet aanwenden voor hogere aanspraken op ouderdoms- of partnerpensioen.
- f. Kostenopslag Zoals aangegeven in de uitgangspunten in onderdeel 2, punt i, van deze bijlage, is de veronderstelde kostenopslag voor de pensioenregeling 10%. Deze kostenopslag is in de premiepercentages verwerkt. Ook als de pensioenverzekeraar een andere kostenopslag hanteert, mogen de staffels ongewijzigd worden gebruikt. Als de werkgever de kosten geheel of gedeeltelijk anders betaalt dan via de beschikbare premies, moeten partijen de percentages uit de staffels dienovereenkomstig aanpassen.
- g. Gelijkblijvende premie(percentage)s Bij een beschikbare-premieregeling mag de premie voor alle werknemers worden uitgedrukt in een vast bedrag of een vast percentage van de pensioengrondslag. Hierbij mogen partijen voor de beoordeling van het vaste bedrag of het vaste percentage uitgaan van de premie voor de leeftijdsklasse 20- tot en met 24-jarigen. Als de jongste werknemer 25 jaar of ouder is, is de premie ten hoogste gelijk aan de premie voor de leeftijdsklasse waartoe de jongste werknemer behoort.
- h. Overlevingstafels De berekening van de staffels is gebaseerd op de recent gepubliceerde overlevingstafels GBM/GBV 2000/2005 met leeftijdsverlagingen van 5 jaar voor mannen en 6 jaar voor vrouwen. Partijen mogen deze staffels hanteren als de pensioenverzekeraar een levensverzekeringsmaatschappij is die binnen de pensioenverzekering uitgaat van individuele tarieven. Met individueel tarief wordt hier bedoeld: het tarief dat de verzekeraar in individuele gevallen hanteert. Als de pensioenverzekeraar en de werkgever na onderhandelingen een collectief tarief zijn overeengekomen waarbij men uitgaat van lichtere sterftegrondslagen, moet de werkgever de beschikbare-premiepercentages dienovereenkomstig verlagen.
- i. Leeftijd Pensioen wordt tijdsevenredig opgebouwd. Partijen mogen voor de opbouw in een maand en voor de premie over (een deel van) die maand uitgaan van de leeftijd van de werknemer aan het einde van de maand.
- j. Inhaal van niet-gebruikte premieruimte Een pensioenregeling kan de mogelijkheid bieden om de in een jaar niet gebruikte beschikbare-premieruimte in een later jaar in te halen. De niet gebruikte premieruimte moet dan in euro’s worden vastgesteld. Werkgever en werknemer mogen die premie in enig later jaar alsnog storten. De werknemer mist dan het rendement over de inhaalpremie dat in de tussenliggende jaren had kunnen worden behaald. Daarom mogen partijen de inhaalpremie vermenigvuldigen met een samengestelde intrestfactor van 1,04 voor elk jaar gelegen tussen het einde van het in te halen jaar en de aanvang van het jaar waarin de inhaal plaatsvindt. De Belastingdienst heeft voor de inhaal van niet-gebruikte premieruimte een handreiking op zijn site gepubliceerd. Zie www.belastingdienstpensioensite.nl.
- k. Eigen beheer De staffels zijn niet of niet zonder meer toepasbaar als het pensioen geheel of gedeeltelijk is verzekerd bij een lichaam als bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel d, van de Wet LB (eigen beheer). In dat geval geldt immers artikel 10c van het UBLB. Dat artikel geeft bijzondere regels voor onder meer het partnerpensioen. Daarnaast kan bij eigen beheer de kostenopslag lager zijn. Ook kan de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid lager zijn of ontbreken. Partijen moeten in die gevallen de premies bijstellen.
- l. Lager ambitieniveau Als partijen in de pensioenregeling lagere ambitieniveaus zijn overeengekomen dan de fiscale maxima die gelden voor middelloonregelingen moeten zij de premiepercentages uit de staffels evenredig daarmee verlagen.