Bijlage D Beleidsregel ervaringsfase ontheffingverlening LZV: , als bedoeld in artikel 15.
Beleidsregel ervaringsfase ontheffingverlening LZV
Een LZV heeft: Een ontheffing LZV mag niet worden gebruikt in combinatie met een ontheffing voor exceptioneel transport. Bij gebruik van een ontheffing LZV is het vervoer van ondeelbare lading op de wijze als bedoeld in de artikelen 5.18.13 en 5.18.14 van het Voertuigreglement niet toegestaan. Een LZV mag niet zijn uitgerust of beladen met een tank voor vloeibare lading met een volume van meer dan 1000 L. Een LZV mag geen gevaarlijke stoffen vervoeren in hoeveelheden groter dan bedoeld in Randnummer series 1.1.3 van het ADR. De voor het voertuig of de voertuigen ten behoeve van LZV afgegeven en voor de ontheffing LZV vereiste voertuigdocumenten moeten bij gebruik van de ontheffing LZV aanwezig zijn. Van deze documenten moet een origineel, geldig en door de Dienst Wegverkeer gewaarmerkt exemplaar bij de ontheffing LZV getoond kunnen worden. 1. De bestuurder van de LZV moet in het bezit zijn van: 2. De voor de bestuurder afgegeven documenten genoemd in het eerste lid moeten bij het gebruik van de ontheffing aanwezig zijn op het voertuig. 3. Het eerste lid, onder c, van dit artikel geldt niet bij gebruik van een opleidingsontheffing LZV, mits: 1. Van de ontheffing LZV mag geen gebruik worden gemaakt bij gladheid van het wegdek en bij weersomstandigheden die het zicht beperken tot minder dan 200 m. 2. Indien zich dergelijke omstandigheden voordoen moet zo spoedig mogelijk het gebruik van de ontheffing LZV worden beëindigd. Voor een LZV geldt een inhaalverbod van alle motorvoertuigen die sneller mogen rijden dan 45 km per uur. Elk uit een LZV te vormen samenstel van voertuigen moet voldoen aan de gebruikseisen van hoofdstuk 5 afdeling 18 van het Voertuigreglement Het trekkend motorrijtuig van een LZV moet zijn voorzien van; Het getrokken voertuig van een LZV moet zijn voorzien van: Een LZV moet naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven binnen een ruimte die wordt begrensd door twee concentrische cirkels, waarvan de buitenste een straal van 14,50 m en de b
- 1. ten hoogste 2 draaipunten;
- 2. een totale lengte van ten hoogste 25.25 m. met inbegrip van de lading en met inachtneming van de in artikel 1.2 van het Voertuigreglement bepaalde meetmethode.
- a. een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E;
- b. een getuigschrift vakbekwaamheid voor het besturen van een vrachtauto als bedoeld in de Regeling getuigschrift vakbekwaamheid, dan wel voldoen aan artikel 2.7.2 van het Arbeidstijdenbesluit, en
- c. een door het Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen afgegeven en geldig CCV-certificaat ‘Rijvaardigheidstoets langere en/of zwaardere voertuigen’. Met deze beroepseis worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat naar het oordeel van de Stichting CBR ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale beroepseisen wordt nagestreefd.
- a. de gebruiker van de opleidingsontheffing ten minste 5 jaar in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C en E;
- b. aan de gebruiker van de opleidingsontheffing de afgelopen 3 jaar geen ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd en het aan hem afgegeven rijbewijs niet ongeldig is verklaard of ingevorderd, en
- c. er door middel van een op het voertuig aanwezige schriftelijke en gepersonifieerde oproep kan worden aangetoond dat de gebruiker op de datum van controle via de kortste door de ontheffing toegestane route op weg was naar, of terugkeert van, een opleiding onder toezicht van een bevoegde opleider ter voorbereiding op het certificaat of een examen voor het certificaat genoemd onder het eerste lid, sub c.
- 1. zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.3.48 van het Voertuigreglement en is uitgevoerd als gesloten vlak;
- 2. retroreflecterende lijn- of contourmarkering, waarvan:
- a. het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C;
- b. het goedkeuringsmerk aanwezig is overeenkomstig artikel 2.10.17 van de Regeling permanente eisen, waarbij ieder afzonderlijk deel van het markeringsmateriaal voorzien is van dit goedkeuringsmerk, en
- c. de installatie is aangebracht overeenkomstig artikel 2.10.16 van de Regeling permanente eisen.
- 1. zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48 van het Voertuigreglement;
- 2. retroreflecterende lijn- of contourmarkering, waarvan:
- a. het toegepaste materiaal voldoet aan ECE-Reglement nr. 104 klasse C;
- b. het goedkeuringsmerk aanwezig is overeenkomstig artikel 2.10.17 van de Regeling permanente eisen, waarbij ieder afzonderlijk deel van het markeringsmateriaal voorzien is van dit goedkeuringsmerk, en
- c. de installatie is aangebracht overeenkomstig artikel 2.10.16 van de Regeling permanente eisen