Bijlage III Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2007: : Werkvoorschrift
Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2007
Van iedere partij graan die op het pluimveebedrijf wordt opgeslagen, afkomstig van eigen teelt of van een andere teler, dient een monster te worden achtergehouden wanneer de partij wordt opgeslagen.
- • Zorg voor deugdelijk bemonsteringsgereedschap (schepjes, monsterboren, emmertjes, zakjes).
- • Reinig gebruikte gereedschap voor en na elke monstemame.
- • Ga uit van schone, droge bemonsteringsmaterialen die het onderzoeksresultaat niet beïnvloeden. Zorg ook voor schone handen.
- • Zorg voor een representatief monster uit de partij. Neem hiertoe meerdere ondermonsters (minimaal 5), verspreid over verschillende delen van de partij. Bij het lossen/laden van de partij verdient het de aanbeveling om de ondermonsters gedurende deze totale lostijd/laadtijd te verzamelen.
- • Zorg ervoor dat het totaal van de ondermonsters een voldoende hoeveelheid oplevert (minimaal 500 gram).
- • Bemonster altijd in duplo.
- • Zorg voor goede bewaaromstandigheden (droog, donker)
- • Zorg voor een duidelijke identificatie op het monster. Minimaal dient vastgelegd te worden:
- – datum bemonstering
- – naam product
- – partijgrootte
- – herkomst (eigen teelt, andere eigenaar)
- – plaats bemonstering (bij meerdere partijen per pluimveebedrijf)
- • Indien bij een koppel pluimvee een Salmonella besmetting is gevonden, dient het graan te worden onderzocht op de aanwezigheid van Salmonella.
- • Stuur de genomen monsters die achtergehouden zijn bij opslag in naar een van de Labcode erkende laboratoria (Een lijst is beschikbaar bij het Productschap Diervoeder)
- • De uitslag van het onderzoek dient bij de pluimveehouder bekend te zijn, ingeval van een Salmonella besmetting dient dit te worden doorgegeven aan het productschap.