Bijlage II Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2007: : Onderzoeksprogramma leghennenbedrijven
Hygiënebesluit leghennenbedrijven (PPE) 2007
De ondernemer die een leghennenbedrijf of meerleeftijdenleghennenbedrijf uitoefent (hierna ondernemer) dient de op het pluimveebedrijf aanwezige koppels leghennen te (laten) onderzoeken op de aanwezigheid van Salmonella enteritidis (Se) en Salmonella typhimurium (St). De onderzoeken bestaan uit een regulier onderzoek en een officieel onderzoek. In dit hoofdstuk worden deze twee typen onderzoeken nader uitgelegd. Het reguliere onderzoek in het kort: Monsternemer de ondernemer zelf Wanneer bij elke koppel leghennen vanaf 24 weken leeftijd ( + 1-2 weken), iedere 15 weken tot einde leg Hoe kooihuisvesting: 2x 150 gram mest per stal (methode 1) grondhuisvesting: 2 paar overschoentjes per stal (methode 2) Analyse door de voorzitter PPE erkend laboratorium Uitslag positieve uitslag direct (uiterlijk de volgende werkdag) melden aan GD, afnemer en Productschap; negatieve uitslag uiterlijk de volgende werkdag melden aan afnemer en het Productschap. In hoofdstuk 4 staat omschreven hoe een regulier onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit kan volgens 2 methoden: één voor kooihuisvestingssystemen (methode 1) en één voor grondhuisvesting (methode 2). In 4.4 t/m 4.6 staan de vervolgstappen na een onderzoek omschreven. Het officiële onderzoek in het kort: Monsternemer afhankelijk van aanleiding monstername door GD of HOSOWO instantie; Wanneer standaard 1 keer per jaar, in bijzondere gevallen vaker (zie 1.2a); Hoe stofmonster en indien nodig aangevuld met: kooihuisvesting: 2 x 150 gram mest per stal (methode 1) grondhuisvesting: 2 paar overschoentjes per stal (methode 2) Analyse afhankelijk van aanleiding monstername bij GD of door de voorzitter PPE erkend laboratorium Uitslag positieve uitslag direct (uiterlijk de volgende werkdag) melden aan GD, afnemer en het Productschap; negatieve uitslag uiterlijk de volgende werkdag melden aan afnemer en het Productschap. In hoofdstuk 4.3 (methode 3) staat omschreven hoe een officieel onderzoek uitgevoerd dient te worden. In 4.4 t/m 4.6 staa
- 1. Bij één koppel per jaar per bedrijf dat tenminste 1000 dieren omvat.
- a) Aansturing van deze jaarlijkse officiële monstername gebeurt door GD.
- b) Monstername moet uitgevoerd worden door een HOSOWO-instantie erkend voor het uitvoeren van een officieel onderzoek of door GD.
- c) Monsters dienen door een de voorzitter van het Productschap erkend laboratorium geanalyseerd te worden.
- d) Monster kan ingepland worden in de plaats van het 15-wekelijkse regulier onderzoek voor dat koppel.
- 2. Op de leeftijd van 24 weken bij een koppel dat gehuisvest is in een gebouw waarin bij een vorig koppel Se of St is aangetroffen.
- a) Aansturing vanuit de GD.
- b) Monstername en analyse moet uitgevoerd worden door GD.
- c) Er wordt tevens gecontroleerd op het gebruik van antimicrobiële stoffen en middelen met een bacteriegroeiremmend effect.
- d) Onderzoek komt in de plaats van het reguliere onderzoek door de ondernemer bij dat koppel.
- 3. Bij ieder vermoeden van besmetting met Se of St naar aanleiding van een epidemiologisch onderzoek van uitbraken door voedsel overgedragen zoönoses overeenkomstig Artikel 8 van Richtlijn 2003/99/EG
- a) Aansturing vanuit het Productschap.
- b) Monstername en analyse moet uitgevoerd worden door GD.
- c) Er wordt tevens gecontroleerd op het gebruik van antimicrobiële stoffen en middelen met een bacteriegroeiremmend effect.
- d) Onderzoek komt niet in de plaats van het reguliere onderzoek door de ondernemer.
- 4. Bij andere koppels leghennen op een bedrijf indien na een verificatie onderzoek de serotypes Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium op dat bedrijf zijn aangetroffen.
- a) Aansturing vanuit het Productschap.
- b) Monstername en analyse moet uitgevoerd worden door GD.
- c) Er wordt tevens gecontroleerd op het gebruik van antimicrobiële stoffen en middelen met een bacteriegroeiremmend effect.
- d) Onderzoek komt niet in de plaats van het reguliere onderzoek door de ondernemer
- e) Dit officieel onderzoek hoeft niet uitgevoerd te worden bij die koppels op het bedrijf, waarvan een negatieve uitslag aanwezig is van een regulier onderzoek niet ouder dan 4 weken op moment van uitslag verificatie onderzoek.
- 5. Indien het Productschap dit nodig acht. Onderzoek komt niet in de plaats van het reguliere onderzoek door de ondernemer.
- a) Aansturing vanuit Productschap.
- b) Monstername moet uitgevoerd en geanalyseerd worden door GD.
- 1. Een letter "B" met een hoogte van ten minste 5mm met daar om heen een cirkel met een diameter van ten minste 12mm;
- 2. Een goed zichtbare gekleurde punt met een diameter van ten minste 5mm.
- 1. steriele monsterpotten of plastic zakken;
- 2. etiketten;
- 3 inzendformulier.
- 1. Per stal dienen twee monsters van elk minimaal 150 gram natuurlijk gemengde mest genomen te worden (dit is bruine, glimmende mest). Afhankelijk van het mestsysteem wordt de volgende werkwijze aangehouden:
- a) Bij systemen met mestbanden of mestschrapers moeten die op de dag van bemonstering in werking worden gesteld voordat het monster wordt genomen.
- b) Bij mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters worden genomen na het afschrapen van de mestschraper.
- c) Bij rapkooien zonder mestbanden of mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters in de mestput worden bemonsterd.
- d) Bij mestbanden worden de samengevoegde mestmonsters aan het eind van de band verzameld.
- 2. De monsters worden evenredig verspreid over de stal vanaf de mestbanden of mestschrapers verzameld te worden.
- 1. de twee monsters, van elk minimaal 150 gram mest, worden verzameld in een steriele pot of zak zonder dat de mest met de handen aangeraakt wordt;
- 2. deze pot of zak wordt direct na het vullen zorgvuldig afgesloten;
- 3. de pot of zak wordt voorzien van een etiket met de volgende gegevens:
- a) monsterdatum;
- b) stalnummer;
- c) type bedrijf (leghennen, kooihuisvesting), en
- d) KIP-nummer.
- 1. steriele overschoentjes die voldoende absorberend zijn;
- 2. vloeistof (bv. 0,8% keukenzout +0,1% pepton in steriel gedeïoniseerd water, of steriel water)
- 3. steriele plastic zakken
- 4. etiketten.
- 5. inzendformulier.
- 1. er dient per stal tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes;
- 2. het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld worden.
- 1. was voor de monstername altijd uw handen;
- 2. bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof (zie 4.2.1, onderdeel 2).
- 3. trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan;
- 4. loop een volledige ronde door de stal;
- 5. per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd, herhaal stapt 1 t/m 4;
- 6. doe de twee paar overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic pot of zak;
- 7. sluit de pot of zak direct na het vullen zorgvuldig;
- 8 voorzie de pot of zak van een etiket met de volgende gegevens:
- a) monsterdatum;
- b) stalnummer;
- c) type bedrijf (leghennen, scharrel of vrije uitloop) en
- d) KIP-nummer.
- 1. KIP-nummer en/of UBN-nummer;
- 2. NAW-gegevens pluimveebedrijf
- 3. type bedrijf (leghennen, kooihuisvesting / scharrel / vrije uitloop);
- 4. monsterdatum;
- 5. type monster (reguliere monstername / officiële monstername);
- 6. stalnummer (per stal dient een apart inzendformulier gebruikt te worden)
- 7. gewenst onderzoek (analyse op Salmonella en bij positieve uitslag, serotypering op Se/ St);
- 8. vaccin type + vaccinatie datum (indien van toepassing);
- 9. geboortedatum koppel.
- 1. de monsters moeten op de dag dat ze genomen worden verzonden worden naar een door de voorzitter erkend laboratorium;
- 2. de monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden (volgens de landelijke verpakkingsinstructie diagnostische monsters) en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- 1. Cloacaswabs: 2 poolmonsters van ieder 150 cloacaswabs. Indien de dieren worden verdacht van een besmetting met Salmonella waartegen ze gevaccineerd zijn, moeten 450 mestmonsters genomen worden die tot 9 monsters van ieder 50 worden gepoold
- 2. Er dienen 7 samengevoegde monsters genomen te worden:
- a) Kooihuisvesting:
- i. 5 monsters van natuurlijk gemengde feces afkomstig van mestafvoerbanden, schrapers of open mestopslagen, naar gelang het type kooi. Elk van de 5 monsters moet ongeveer 200-300 gram wegen én
- ii. 2 stofmonsters genomen onder de kooien (2x250ml);
- b) Grondhuisvesting:
- i. 5 paar overschoentjes én
- ii. 1 stofmonster genomen van de afvoerband voor eieren (250ml) én
- iii. 1 stofmonster verzameld op diverse plekken in de stal (250ml).
- 3. Bacteriologisch onderzoek van de blinde darm en eileiders van 300 dieren;
- 4. Bacteriologisch onderzoek van de schaal en de inhoud van 4000 eieren van elk koppel in verzamelmonsters van maximaal 40 eieren.
- wattenstaafjes/swabs (steriel)
- steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken
- etiketten
- inzendformulier
- Er dienen 2 maal 150 monsters (resp. 9 maal 50 monsters) per stal genomen te worden met behulp van wattenstaafjes.. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarm-mestmonsters zijn (dat is bruine, glimmende mest). Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloaca-monsters.
- De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.
- Was voor de monstername altijd uw handen
- Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).
- Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 1 50 (of 50) wattendragers bij elkaar).
- Breek het met de handen aangeraakte eind van het staafje af zonder het deel in de pot aan te raken. Verzamel op deze wijze 2 potten á 150 (of 9 potten á 50) monsters. Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze gewoon teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot twee (of 9) monsters worden verwerkt.
- Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
- 1. Uitvoering 5 monsters van natuurlijk gemengde feces: zie methode 1, paragraaf 4.1 (i.p.v. 2x150 gram, 5x 200-300 gram).
- 2. Uitvoering 2 stofmonsters genomen onder de kooien (2x250ml):
- 1. plastic handschoenen;
- 2. steriele monsterpotten of plastic zakken;
- 3. etiketten;
- 4. inzendformulier.
- a) Indien de stal meer dan één verdieping heeft; verzamel dan alleen monsters van de onderste verdieping;
- b) gebruik een nieuw paar plastic handschoenen voor elke monster en verzamel stofmonsters van onder de kooien op 20 afzonderlijke plekken in de stal. Alle kooien moeten worden bemonsterd;
- c) meng met een handschoen of schraper het materiaal op de grond en neem een groot monsters voor de monsterpot- of zak;
- d) verzamel monsters van beide uiteinden van elke kooi, op ongeveer een vierde van de totale lengte van het hok te rekenen van elke uiteinde van elke kooi;
- e) het totale monster moet een monsterpot- of zak van 250ml volledig vullen;
- f) sluit ieder pot of zak direct na het vullen zorgvuldig af;
- g) voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens:
- i. Monsterdatum;
- ii. Stalnummer;
- iii. Type bedrijf (leghennen, kooihuisvesting), en
- iv. KIP-nummer.
- 1. Uitvoering 5 paar overschoentjes: zie methode 2, paragraaf 4.2 (i.p.v. 2 paar, 5 paar overschoentjes).
- 2. Uitvoering 1 stofmonster genomen van de afvoerband voor eieren (250ml):
- 1. plastic handschoenen;
- 2. steriele monsterpotten of plastic zakken;
- 3. etiketten;
- 4. inzendformulier.
- a) De afvoerbanden voor eieren worden normaal gesproken afgeladen in een voorruimte van de stal waar het overtollige stof van de afvoerbanden in een bak of op de vloer aan het eind van de band wordt verzameld. Vaak is het ook mogelijk stof te verzamelen van de borstels op het uiteinde van de afvoerband binnen de stal;
- b) zorg ervoor dat de pluimveehouder de afvoerbanden vooraf in werking heeft gesteld, maar het stof onaangeroerd laat, tot de monsters zijn genomen;
- c) indien er meerdere banden zijn, verzamel dan stofmonsters van elke band;
- d) tracht geen stofmonsters te nemen terwijl de banden lopen;
- e) bij gebruikmaking van nieuwe plastic handschoenen kan voldoende stofmateriaal van de banden worden geschept om (na compressie) een plastic pot of zak van 250m! te vullen. Indien minder materiaal beschikbaar is, verzamel dan zoveel mogelijk.
- f) sluit ieder pot of zak direct na het vullen zorgvuldig af;
- g) Voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens:
- i. Monsterdatum;
- ii. Stalnummer;
- iii. Type bedrijf (leghennen, kooihuisvesting), en
- iv. KIP-nummer.
- 2. Uitvoering stofmonster verzameld op diverse plekken in de stal (250ml):
- 1. plastic handschoenen;
- 2. steriele monsterpotten of plastic zakken;
- 3. etiketten;
- 4. inzendformulier.
- a) Gebruik stofmaskers, liefst tijdens de hele bemonstering, maar in elk geval tijdens de stofbemonstering;
- b) ga met de pluimveehouder na welke plekken in de stal het meest geschikt zijn voor stofbemonstering. Gewoonlijk zijn dit de ventilatorkeerplaten, maar eventueel ook naburige richels, balken, schotten of buizen;
- c) mogelijk moet een ladder worden gebruikt om de beste plekken voor het verzamelen van stofmonsters te bereiken, waar voorhanden gaat de voorkeur echter uit naar stof op de vloer;
- d) raak geen ventilator in werking aan voor het verzamelen van stofmonsters;
- e) verzamel liefst geen stofmonsters uit de buurt van voedseldistributieinrichtingen, aangezien hier minder fecaal materiaal te verwachten is;
- f) indien voor het verzamelen van stofmonsters gebruik wordt gemaakt van ventilatorkeerplaten, verzamel dan vier submonsters van het stof waarmee na samenpersing een plastic pot of zak van 250ml kan worden gevuld. Zorg ervoor dat de submonsters representatief over de stal zijn verdeeld.
- g) indien de stal in hokken is onderverdeeld, moeten uit alle hokken stofmonsters worden verzameld;
- h) indien er geen ventilatorkeerplaten zijn of indien deze niet toegankelijk zijn, verzamel dan stofmonsters van richels, balken of buizen - verzamel submonsters uit tien verschillende plekken in de stal, waarbij uit alle hokken een monster genomen wordt;
- i) indien er weinig stof is, bijvoorbeeld in kleine natuurlijk geventileerde stallen voor vrije uitloop, moet het stof worden verzameld vanwaar het beschikbaar is. Gebruik hiervoor indien nodig een schraper. Als er niet voldoende stof is, verzamel dan een extra strooisel- of swabmonster;
- h) sluit ieder pot of zak direct na het vullen zorgvuldig af;
- i) voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens:
- i. Monsterdatum;
- ii. Stalnummer;
- iii. Type bedrijf (leghennen, kooihuisvesting), en
- iv. KIP-nummer.