Bijlage II Hygiënebesluit opfokleghennenbedrijven (PPE) 2007: onderzoeksprogramma opfokleghennenbedrijven
Hygiënebesluit opfokleghennenbedrijven (PPE) 2007
Bij kooihuisvesting 2x150 gram mest Bij grondhuisvesting 2 paar overschoentjes per stal De mestmonsters en de overschoentjes worden op het laboratorium gepoold tot één monster. De monsters worden genomen onder verantwoordelijkheid van de ondernemer die het opfokleghennenbedrijf uitoefent, volgens methode 1 respectievelijk methode 2 in onderdeel B.1 van deze Bijlage. Verzending en analyse van de monsters vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in onderdeel B.2 tot en met B.4 van deze Bijlage. Indien uit het onderzoek zoals genoemd in artikel 4, eerste lid of tweede lid, blijkt dat een monster met Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium is besmet, dient dit door of namens de ondernemer onverwijld aan GD te worden gemeld. Vervolgens voert GD in opdracht van de voorzitter een verificatieonderzoek uit. Het verificatieonderzoek vindt zo spoedig mogelijk na het vaststellen van de besmetting plaats. In principe is dat uiterlijk de volgende werkdag na het melden van de besmetting aan GD. Monstermateriaal dat is verzameld ten behoeve van het verificatieonderzoek wordt ingezet voor analyse op de dag van bemonstering. Ten behoeve van het verificatieonderzoek neemt GD per stal 2 gepoolde monsters van ieder tenminste 150 cloacaswabs. Daarnaast neemt GD ten behoeve van het verificatieonderzoek aselect 5 dieren per stal. Deze dieren worden onderzocht op de aanwezigheid van antimicrobiële stoffen of een bacteriegroeiremmend effect. Indien de dieren worden verdacht van een besmetting met Salmonella waartegen zij gevaccineerd zijn, moeten 450 mestmonsters genomen worden die tot 9 monsters van ieder 50 worden gepoold. De uitslag van het verificatieonderzoek wordt binnen 5 werkdagen na ontvangst van de monsters bij GD doorgegeven aan de betrokken ondernemer en aan het productschap. Dit werkvoorschrift beschrijft de mestmonstername zoals voorgeschreven is in het kader van het onderzoek naar Salmonella bij opfokleghennen. De monsters worden genomen door of namens de ondernemer v
- steriele monsterpotten of plastic zakken
- etiketten
- inzendformulier
- Er dienen per koppel twee monsters van elk minimaal 150 gram natuurlijk gemengde mest genomen te worden (dit is bruine, glimmende mest). Bij systemen met mestbanden of mestschrapers moeten die op de dag van bemonstering in werking worden gesteld voordat het monster wordt genomen. Bij systemen met mestgoten en mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters worden genomen na het afschrapen van de mestschraper. Bij trapkooien zonder mestbanden of mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters in de mestput worden bemonsterd. Bij mestbanden worden de samengevoegde mestmonsters aan het eind van de band verzameld.
- De monsters worden genomen vanaf de mestbanden, mestschrapers of mestputten en dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Neem twee monsters van elk minimaal 150 gram mest, zonder de mest met de handen aan te raken.
- Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer, type bedrijf en KIP nummer.
- overschoentjes die voldoende absorberend zijn om vocht op te nemen (steriel).
- vloeistof (bv. 0,8% keukenzout +0,1% pepton in steriel gedeïoniseerd water, of steriel water)
- steriele plastic zakken
- etiketten.
- inzendformulier.
- Er dient per koppel tweemaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.
- Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Was voor de monstername altijd uw handen.
- Bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof.
- Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.
- Loop een volledige ronde door de stal.
- Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic pot of zak.
- Per stal dienen twee paar overschoentjes te worden ingestuurd.
- Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie de pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer, type bedrijf en KIP nummer.
- 1. KIP-nummer en/of UBN-nummer;
- 2. NAW-gegevens pluimveebedrijf
- 3. type bedrijf (opfokleghennen, kooihuisvesting / scharrel / vrije uitloop);
- 4. monsterdatum;
- 5. stalnummer (per stal dient een apart inzendformulier gebruikt te worden)
- 6. gewenst onderzoek (analyse op Salmonella en bij positieve uitslag, serotypering op Se/ St);
- 7. vaccin type + vaccinatie datum (indien van toepassing);
- 8. geboortedatum koppel.
- 1. de monsters moeten op de dag dat ze genomen worden verzonden worden naar een door de voorzitter erkend laboratorium;
- 2. de monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden (volgens de landelijke verpakkingsinstructie diagnostische monsters) en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaa
- wattenstaafjes/swabs (steriel)
- steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken
- etiketten
- inzendformulier
- Er dienen 2 maal 150 monsters (bij vaccinatie tegen Salmonella enteritidis 9 maal 50 monsters) per stal genomen te worden met behulp van wattenstaafjes. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarm-mestmonsters zijn (dat is bruine, glimmende mest). Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloaca-monsters.
- De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.
- Was voor de monstername altijd uw handen
- Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).
- Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 150 (of 50) wattendragers bij elkaar).
- Breek het met de handen aangeraakte eind van het staafje af zonder het deel in de pot aan te raken. Verzamel op deze wijze 2 potten è 150 (of 9 potten á 50) monsters. Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze gewoon teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot twee (of 9) monsters worden verwerkt.
- Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.
- Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.