Art. 4 Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin, Vervanging

Regeling mandaat, volmacht en machtiging Jeugd en Gezin

Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat.