Bijlage II Hygiënebesluit opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007
Hygiënebesluit opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007
Inhoudsopgave 2 1 Inleiding 3 2 Intake op het Bedrijf 4 2.1 Algemene bedrijfsgegevens 4 2.2 Historie rond hygiëne en salmonella 6 2.3 Plattegrond van het bedrijf 6 2.4 Het gebruik van de checklist 7 3 Traceren van besmettingsbronnen op het bedrijf 8 3.1 Omgeving en inrichting bedrijf 8 3.2 Reinigen en ontsmetten 11 3.4 Ongediertebestrijding 13 4 Traceren van besmettingsbronnen bij de dieren 15 4.1 Pluimvee 15 4.2 Voer 16 4.3 Water 17 4.4 Eieren 19 4.5 Mest 20 5 Monitoring 20 5.1 Salmonella-onderzoek 20 5.2 Informatie-overdracht 21 5.3 Maatregelen bij een besmetting 21 6 Bestrijdingsplan 23 6.1 Op korte termijn 23 6.2 Op langere termijn 23 Door het productschap is sinds 1997 het Plan van Aanpak Salmonella (en Campylobacter) in de pluimveevleessector en legsector van kracht. In het najaar van 2000 zijn, nadat de tot dan toe geformuleerde doelstellingen nog niet gehaald waren, verscherpt plannen opgesteld. Deze plannen, het Actieplan Salmonella en Campylobacter pluimveevlees 2000+ en het Actieplan Salmonella in de Eiersector 2001, omvatten een aantal verscherpingen waarbij tracering van de besmetting een belangrijk onderdeel is geworden. Daarom is ook het hierna beschreven protocol voor tracerings-, monitoring- en bestrijding opgesteld. Wanneer op een pluimveebedrijf een Salmonellabesmetting wordt geconstateerd, moet samen met een volgens de GVP-code erkende dierenarts, GD of een andere deskundige een uitgebreid tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan voor het bedrijf worden opgesteld om de besmetting op het bedrijf te bestrijden en een herbesmetting te voorkomen. Dit plan dient te worden opgesteld in de periode tussen de uitslag van de monstername en het plaatsen van het volgende koppel dieren. De vleeskuikenhouder is uitgezonderd van de verplichting om het plan in de periode tussen de uitslag van de monstername en het plaatsen van het volgende koppel dieren gereed te hebben. Wanneer het tracerings-, monitorings- en bestrijdingsplan niet succesvol blijkt te zijn
- • schoeisel
- • wasbak
- • kleding
- – plaats waar de ratten en muizen met gif worden gevoerd.
- • waar voer het bedrijf binnen komt
- • de voersilo’s en andere opslagplaatsen van voer
- • de vulpijpen
- • eventuele waterbron of waterkranen voor drinkwater voor de hennen.
- • raapruimte
- • opslag van de eieren
- • opslag van de lege containers
- • de mestopslag(en)
- • de opslag van strooisel
- • de afvoerroute van de mest
- • de route van het strooisel
- • Stomen in plaats van normaal ontsmetten
- • Extra buffer (omkleedruimte) na centrale hygiënesluis tussen voer- en sorteerruimte en afdelingen per stal
- • Aanpassen volgorde contrôle kippen
- • Aanpassen volgorde rapen/sorteren eieren
- • Eventueel antibioticakuur volgens protocol o.l.v. GD
- • Aanzuren van het voer, of geëxpandeerd voer i.p.v. meel gebruiken
- • Elke maand controleren op Salmonella middels bloed/mestonderzoek
- • Extra hygiëne bij betreden en na bezoek besmette stal (verplicht)
- • Handen wassen bij binnenkomen én verlaten van besmette stal (verplicht)
- • Apart schoeisel en kleding voor de ontsmette stal (verplicht)