Bijlage I Hygiënebesluit opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007: : Onderzoeksprogramma opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven in de pluimveevlees- en legsector
Hygiënebesluit opfokbedrijven, fokbedrijven en vermeerderingsbedrijven (PPE) 2007
Monsters van opfokbedrijven dienen te worden genomen volgens de frequentie in de onderstaande tabel: Leeftijd Onderzoek Eendagskuikens Inlegvellen (40 stuks) Op de leeftijd van 4 weken 2x30 mestmonsters of cloacaswabs of 5 paar overschoentjes per stal Maximaal 14 dagen voor overplaatsing 6 x 25 mestmonsters of cloacaswabs of 5 paar overschoentjes per stal Wanneer eendagskuikens aankomen op het opfokbedrijf worden inlegvellen bemonsterd. De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van de monsters. Het nemen van de monsters geschiedt door of namens de ondernemer volgens het werkvoorschrift in onderdeel C van deze bijlage. De monsters worden geanalyseerd door een door de voorzitter erkend laboratorium. Wanneer Salmonella aanwezig is, moet door een door de voorzitter erkend laboratorium worden geanalyseerd om welk serotype het gaat. Op een leeftijd van vier weken worden per stal 2 gepoolde monsters van ieder tenminste 30 mestmonsters of 30 cloacaswabs genomen. Maximaal 14 dagen voor overplaatsing worden per stal 6 x 25 mestmonsters of cloacaswabs genomen. In stallen met huisvesting anders dan kooihuisvesting kunnen deze monsters worden vervangen door 5 paar overschoentjes. De overschoentjes uit één stal mogen worden samengevoegd tot twee gepoolde monsters. De ondernemer is zelf verantwoordelijk voor het tijdig laten nemen van de monsters. Het nemen van de monsters wordt aangestuurd door GD en de monsters worden door of namens GD genomen volgens het werkvoorschrift in deel D van deze bijlage. De monsters worden geanalyseerd door een door de voorzitter erkend laboratorium. Wanneer Salmonella aanwezig is, moet door een door de voorzitter erkend laboratorium worden geanalyseerd om welk serotype het gaat. Indien uit het onderzoek zoals genoemd onder A.1 blijkt dat een monster met Salmonella besmet is, dient dit door of namens de ondernemer onverwijld aan GD te worden gemeld. Wanneer het een besmetting met Salmonella op een opfokbedrijf in de pluimveevl
- - binnen 4 weken na de opzet van het pluimvee en;
- - op zijn vroegst 8 weken voordat het pluimvee wordt afgevoerd en;
- - tijdens de productie, tussen de onder het eerste en tweede gedachtestreepje genoemde tijdstippen.
- – steriele goed afsluitbare plastic zakken of potten.
- – etiketten.
- – steriele plastic handschoenen.
- – inzendformulier.
- – Er dient bij elke levering een monster van 40 inlegvellen per vrachtauto en per aanhangwagen genomen te worden. Indien er minder dan 40 inlegvellen voorhanden zijn dienen 40 stukjes van de aanwezige inlegvellen genomen te worden. Indien er minder dan 10 inlegvellen aanwezig zijn dienen er minimaal 4 hele inlegvellen voor onderzoek ingestuurd te worden of wat er voorhanden is.
- – De monsters moeten duidelijk met mest besmeurde (delen van) inlegvellen zijn en zoveel mogelijk (van) de inlegvellen uit de onderste kratten, containers dan wel dozen zijn.
- – De monsters dienen evenredig verspreid over de geleverde kuikens verzameld te worden.
- – Scheur, indien er voldoende inlegvellen voorhanden zijn, met behulp van steriele plastic handschoenen een duidelijk zichtbaar besmeurd deel (ca. 5 bij 5 cm) van een inlegvel af. Indien er onvoldoende inlegvellen voorhanden zijn dient een heel inlegvel genomen te worden.
- – Doe dit in een plastic pot of zak.
- – Doe dit zo dat de monsters niet met iets anders in aanraking komen, om evt. besmetting van/vanuit de omgeving te voorkomen.
- – Verzamel op deze wijze per vrachtauto en per aanhangwagen 1 pot of zak met alle stukjes inlegvellen.
- – Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.
- – Voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, KIP nummer, type bedrijf en stalnummer(s).
- – Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, type monster, bedrijf van herkomst (KIP nummer), type bedrijf, het stalnummer, gewenst onderzoek en de afzender.
- – De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de Voorzitter van het Productschap erkend laboratorium.
- – De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden (volgens de landelijke verpakkingsinstructie diagnostische monsters) en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.
- – wattenstaafjes/swabs (steriel)
- – steriele plastic potten zonder binnendeksel of plastic zakken
- – etiketten
- – inzendformulier
- – Er dienen 2 maal 150 monsters (bij de monstername op opfokbedrijven op 4 weken leeftijd van dit 2 maal 30 monsters) per stal genomen te worden met behulp van wattenstaafjes. Bij voorkeur moeten dit verse blindedarmmestmonsters zijn (dat is bruine, glimmende mest). Indien deze niet of onvoldoende aanwezig zijn moet dit vervangen/aangevuld worden door cloaca-monsters.
- – De monsters dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- – Op deze wijze kan een Salmonella besmetting bij tenminste 10% van de dieren met 95% zekerheid worden aangetoond.
- – Was voor de monstername altijd uw handen.
- – Neem met behulp van een wattenstaafje het blindedarm-mestmonster of cloaca monster (daarbij dient het wattenstaafje duidelijk zichtbaar besmeurd te worden).
- – Zet het wattenstaafje in een plastic pot (per pot 150 (30) wattendragers bij elkaar).
- – Breek het met de handen aangeraakte eind van het staafje af zonder het deel in de pot aan te raken. Verzamel op deze wijze 2 potten à 150 (of 30) monsters. Wanneer gebruik wordt gemaakt van individueel in buisjes verpakte swabs, worden deze gewoon teruggeplaatst in de buisjes. Deze dienen in het laboratorium tot twee monsters worden verwerkt.
- – Sluit iedere pot direct na het vullen zorgvuldig.
- – Voorzie de pot van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer en KIP nummer.
- – steriele monsterpotten of plastic zakken
- – etiketten
- – inzendformulier
- – er dienen per epidermiologische eenheid 2 gepoolde monsters van minimaal 150 mestmonsters (bij de monstername bij opfokpluimvee op 4 weken leeftijd zijn dit 2 gepoolde monsters van minimaal 30 monsters) genomen te worden (dit is bruine, glimmende mest). Bij systemen met mestbanden of mestschrapers moeten die op de dag van bemonstering in werking worden gesteld voordat het monster wordt genomen. Bij systemen met mestgoten en mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters worden genomen na het afschrapen van de mestschraper. Bij trapkooien zonder mestbanden of mestschrapers moeten de samengevoegde mestmonsters in de mestput worden bemonsterd. Bij mestbanden worden de samengevoegde mestmonsters aan het eind van de band verzameld.
- – De monsters worden genomen vanaf de mestbanden, mestschrapers of mestputten en dienen evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- – Neem twee gepoolde monsters van minimaal 150 (of 30) mestmonsters, zonder de mest met de handen aan te raken.
- – Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.
- – Voorzie elke pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer, type bedrijf en KIP nummer.
- – overschoentjes die voldoende absorberend zijn om vocht op te nemen (steriel).
- – vloeistof (bv. 0,8% keukenzout + 0,1% pepton in steriel gedeïoniseerd water, of steriel water)
- – steriele plastic zakken
- – etiketten
- – inzendformulier.
- – Er dient per epidemiologische eenheid vijfmaal bemonsterd te worden met een apart paar overschoentjes.
- – Het monster moet evenredig verspreid over de stal verzameld te worden.
- – Was voor de monstername altijd uw handen.
- – Bevochtig het oppervlak van de overschoentjes met de vloeistof.
- – Trek in de stal over het staleigen schoeisel een paar overschoentjes aan.
- – Loop een volledige ronde door de stal.
- – Doe de overschoentjes bij het verlaten van de stal in een steriele plastic pot of zak.
- – Per stal dienen vijf paar overschoentjes te worden ingestuurd.
- – Per epidemiologische eenheid mogen de overschoenen worden gepoold tot twee monsters. De overschoentjes dienen dus in (ten minste) twee zakken of potten naar het laboratorium te worden verzonden.
- – Sluit iedere pot of zak direct na het vullen zorgvuldig.
- – Voorzie de pot of zak van een etiket met de volgende gegevens: monsterdatum, stalnummer, type bedrijf en KIP nummer.
- – Elke inzending moet vergezeld gaan van minimaal de volgende gegevens: de monsterdatum, type monster, bedrijf van herkomst (KIP nummer), type bedrijf, het stalnummer, gewenst onderzoek en de afzender.
- – De monsters moeten binnen 48 uur aanwezig zijn bij een door de voorzitter erkend laboratorium.
- – De monsters moeten zo zijn verpakt dat onderweg geen lekkage kan optreden (volgens de landelijke verpakkingsinstructie diagnostische monsters) en zo zijn geadresseerd dat voor de transporteur en de ontvanger geen verwarring ontstaat.