Bijlage I Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007: protocol Antibiotica
Verordening hygiënevoorschriften pluimveehouderij (PPE) 2007
In Verordening (EG) nr. 1177/2006 heeft de Commissie bepaald dat het gebruik van antibiotica voor de bestrijding van Salmonella bij reproductiekoppels pluimvee vanaf 1 januari 2007 in principe niet meer is toegestaan. Genoemde verordening biedt echter een drietal uitzonderingsmogelijkheden op dit verbod. In dit protocol wordt aangegeven onder welke voorwaarden het gebruik van antibiotica bij de behandeling van salmonellabesmettingen bij (opfok)fokpluimvee is toegestaan. Basis hiervoor is de mogelijkheid die artikel 2, tweede lid, b), van Verordening (EG) nr. 1177/2006 biedt. Wanneer uit het reguliere Salmonellaonderzoek blijkt dat een koppel (opfok)fokpluimvee positief is, dient volgens artikel 4, vijfde lid, van deze Verordening uiterlijk de volgende werkdag een verificatieonderzoek plaats te vinden door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Onderdeel van het verificatieonderzoek is een test op de aanwezigheid van antimicrobiële stoffen. Als door middel van het verificatieonderzoek de Salmonellabesmetting wordt bevestigd, dan vindt melding plaats aan het productschap en de betreffende ondernemer. Naar aanleiding van de melding neemt het productschap contact op met de betreffende ondernemer. In het geval er bij het betreffende koppel (opfok) fokpluimvee een ander serotype dan Salmonella enteritidis of Salmonella typhimurium wordt vastgesteld kan de ondernemer ontheffing vragen aan het productschap om te behandelen met antibiotica. Dit vindt plaats binnen twee werkdagen na de uitslag van het verificatieonderzoek. Het productschap registreert de meldingen en de verleende ontheffingen. Indien geen ontheffing wordt verleend, is het niet toegestaan om het betreffende koppel te behandelen met antibiotica. Indien door het productschap ontheffing wordt verleend voor behandeling met antibiotica dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing: Salmonellae-infecties in levend pluimvee kunnen op korte termijn alleen worden bestreden met behulp van antibacteriële middelen (verd
- De behandeling dient plaats te vinden onder verantwoordelijkheid van de bedrijfsdierenarts. De bedrijfsdierenarts is er tevens verantwoordelijk voor dat de behandeling volledig wordt afgemaakt.
- Na afloop van de behandeling wordt het effect gemeten door een officiële monstername van GD zoals omschreven in artikel 4, vierde lid, onder b, van de Verordening.
- Het productschap ontvangt uiterlijk één maand na afloop van de behandeling een rapport van de bedrijfsdierenarts.
- De toestemming geldt slechts voor één behandeling. Wanneer hetzelfde koppel voor een tweede maal Salmonella positief wordt bevonden of dat blijkt dat na de behandeling het koppel nog steeds positief is dan dient een behandeling opnieuw te worden aangevraagd bij het productschap.
- Neem een (resorbeerbaar) antibioticum op basis van een gevoeligheidstest (voor Gram negatieve bacteriën*GD gebruikt hiervoor een test met ampicilline, amoxycilline, tetracycline, flumequine, enrofloxacin, trimethoprim-sulfa en neomycine.) van de betreffende Salmonella stam.
- Dien dit via het drinkwater toe gedurende tenminste 7 dagen.
- Doseer op basis van lichaamsgewicht, conform de voorschriften van de fabrikant.
- Houd daarbij de hoogste door de fabrikant/leverancier aangegeven dosering aan.
- Dien flora (Aviguard, Broilact) toe op de eerste en de derde dag na het beëindigen van de antibioticumkuur. Zorg voor een gelijkmatige verdeling van de flora over de dieren.
- Laat het effect controleren met bacteriologisch onderzoek per stal van 150 (blinde darm-) mest monsters en /of cloacaswabs op 7 - 10 dagen en (als geen enrofloxacin is gebruikt) op 5 weken na de laatste flora toediening. Dit laatste om een eventueel slechts tijdelijk effect door onderdrukken in plaats van elimineren van de salmonella op te sporen.