Art. 9 Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, Aanmaken en toekennen van burgerservicenummers

Wet algemene bepalingen burgerservicenummer

1. Het bestuursorgaan dat een burgerservicenummer heeft toegekend, stelt degene aan wie het nummer is toegekend daarvan binnen vier weken na de toekenning in kennis onder vermelding van het desbetreffende burgerservicenummer.

2. Bij minderjarigen jonger dan 16 jaar en bij onder curatele gestelden geschiedt de kennisgeving aan de ouders, voogden of verzorgers, onderscheidenlijk aan de curator.

3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde kennisgeving.