Art. 2 Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007

Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007

1. Het hoofd van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van:

a. het instemmen met het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

b. het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

c. het in overeenstemming met de betrokken Minister weigeren van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

d. het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in de artikelen 9 en 16 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

e. het in overeenstemming met de betrokken Minister intrekken van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

f. het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 13 van de Wet veiligheidsonderzoeken;

g. het beslissen op bezwaarschriften gericht tegen een besluit tot het weigeren of het intrekken van een verklaring als bedoeld onder c of e, indien de beslissing op het bezwaarschrift niet afwijkt van het advies van de bezwarencommissie veiligheidsonderzoeken.

2. Bij verhindering van het hoofd van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.