Art. 3.2 Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds, Begripsbepalingen
Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
elke maatregel die is gericht op de preventie of het herstel van aantastingen van de natuurlijke omgeving of de natuurlijke hulpbronnen door de eigen activiteiten van de subsidieaanvrager, op het beperken van het risico op dergelijke aantastingen, dan wel op de aanmoediging van een rationeler gebruik van die hulpbronnen, met inbegrip van energiebesparende maatregelen en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen;
alle maatregelen die ondernemingen in staat stellen het energieverbruik in met name hun productiecyclus te verminderen;
1°. een verplichte communautaire norm waarbij de op milieugebied te bereiken normen per onderneming zijn vastgesteld, of
2°. de verplichting op grond van richtlijn nr. 2008/1/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging de beste beschikbare technieken te gebruiken, zoals uiteengezet in de meest recente relevante informatie die de Commissie van de Europese Gemeenschappen overeenkomstig artikel 17, tweede lid, van die richtlijn heeft bekendgemaakt;
de volgende hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen: windenergie, zonne-energie, geothermische energie, golfenergie, getijdenenergie, waterkrachtinstallaties, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;
vloeibare of gasvormige brandstof voor vervoer die uit biomassa is gewonnen;
biobrandstoffen die voldoen aan de duurzaamheidscriteria van artikel 15 van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, welke criteria van toepassing zijn zodra de richtlijn door het Europees Parlement en de Raad is aangenomen en in het Publicatieblad van de Europese Unie is bekendgemaakt;
energie opgewekt met installaties waarbij uitsluitend van hernieuwbare energiebronnen wordt gebruikgemaakt, alsmede het aandeel in calorische waarde van de met hernieuwbare energiebronnen in hybride installaties opgewekte energie die ook met conventionele energiebronnen werken, waaronder begrepen voor accumulatiesystemen gebruikte hernieuwbare elektriciteit en waaronder niet begrepen elektriciteit die van dergelijke systemen afkomstig is;
gelijktijdige opwekking in één proces van thermische energie en elektrische en mechanische energie;
warmtekrachtkoppeling die voldoet aan de criteria van bijlage III bij de richtlijn inzake de bevorderingen van warmtekrachtkoppeling en aan de geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden zoals die in de beschikking tot vaststelling van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden zijn vastgesteld;
investeringen in gronden, wanneer deze absoluut noodzakelijk zijn om aan de milieudoelstellingen te voldoen, gebouwen, installaties en uitrustingen, met als doel vervuiling en hinder te beperken of te beëindigen, en investeringen om de productiemethoden aan te passen met het oog op de bescherming van het milieu;
richtlijn nr. 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake de bevorderingen van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/42/EEG;
beschikking nr. 2007/74/EG tot vaststelling van geharmoniseerde rendementsreferentiewaarden voor de gescheiden productie van elektriciteit en warmte in toepassing van richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad.