Bijlage 2 Aanwijzing onmiddellijke invrijheidsstelling

Aanwijzing onmiddellijke invrijheidsstelling

De minister van Justitie heeft de Tweede Kamer, naar aanleiding van vragen van lid Weekers, recent laten weten dat voor vrijheidsbeneming ná de dag waarop het bevel invrijheidstelling is gegeven, geen grondslag bestaat: ‘Een redelijke wetsuitleg brengt mee dat van de verdachte in het algemeen kan worden gevergd dat hij mee teruggaat naar de inrichting voor de afwikkeling van het bevel. Ik stel voorop dat regel is dat het bevel in ieder geval dezelfde dag ten uitvoer wordt gelegd. Voor vrijheidsbeneming na ommekomst van de dag waarop de invrijheidstelling is bevolen is geen grondslag aanwezig. In het algemeen geldt dus niet dat aan een bevel tot opheffing of schorsing van voorlopige hechtenis à la minute dient te worden voldaan en dat het voortduren van vrijheidsbeneming meteen daarop onrechtmatig wordt. (Vgl. ook de uitspraak van het EHRM van 1 juli 1997 (Manzoni tegen Italië, nr. 70/1996/689/881), waarin een oponthoud van 3,5 uur voor daadwerkelijke invrijheidstelling geen schending van artikel 5 EVRM werd geoordeeld.) De mogelijkheid bestaat dat de rechter in het concrete geval weliswaar heeft beslist dat er geen titel meer aanwezig is voor het voortduren van de voorlopige hechtenis, maar dat vrijheidsbeneming op een andere titel moet worden ten uitvoer gelegd. [...] Ik meen dat geen aanvullende wettelijke regeling nodig en wenselijk is voor het kort ophouden van een verdachte voor het vervoer naar de inrichting, met dien verstande dat dit vervoer zo spoedig mogelijk plaatsvindt en de penitentiaire inrichting de benodigde procedures kan afhandelen. De invrijheidstelling kan dan zo spoedig mogelijk plaats vinden.’ De minister heeft de hoofddirecteur DJI gevraagd om in overleg met het College van procureurs-generaal maatregelen te nemen die ertoe leiden dat de invrijheidstelling zo spoedig mogelijk kan plaatsvinden en de penitentiaire inrichtingen de benodigde procedures kunnen afhandelen. Dit heeft geleid tot onderstaande werkinstructie bij onmiddellijke invrijheid