Art. 1 Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland, Begripsbepalingen

Regeling Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. stichting: Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (Stichting NOB), statutair gevestigd te ’s-Gravenhage;

c. toezichthouders: door de minister aangewezen toezichthouders op grond van artikel 10 van de Wet overige OCW-subsidies

d. onderwijsvoorziening: een in het buitenland gevestigde Nederlandse school, Nederlandse afdeling van een school in het buitenland waar volledig basisonderwijs, volledig voortgezet onderwijs, NTC-PO of NTC-VO wordt gegeven dan wel een voorziening voor onderwijs op afstand als bedoeld in deze regeling;

e. raamschoolplan: model van een schoolplan voor hetzij volledig basisonderwijs of volledig voortgezet onderwijs, hetzij NTC-PO, hetzij NTC-VO, vastgesteld door de stichting na goedkeuring door de inspectie

f. onderwijs op afstand: voorziening voor onderwijs via schriftelijke, telefonische en elektronische media op grond van een raamschoolplan dan wel raamschoolplan NTC als bedoeld in artikel 12, tweede lid;

g. Europese School: school gesticht en in stand gehouden op grond van het Statuut voor de Europese School.