Art. 9 Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf, Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Subsidieregeling Beroepsonderwijs in Bedrijf

De Minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

a. de aanvraag niet voldoet aan de regeling;

b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat het samenwerkingsverband de capaciteiten heeft om het project naar behoren uit te voeren;

c. de voor rekening van de deelnemers blijvende subsidiabele kosten voor meer dan 60 procent voor rekening komen van de deelnemende ondernemers tezamen, dan wel van de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen tezamen;

d. de personele inbreng in de uitvoering van het project niet evenredig is verdeeld over de deelnemende beroepsonderwijsinstellingen en de deelnemende ondernemers;

e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de financiële haalbaarheid van het project;

f. onvoldoende aannemelijk is dat de samenwerking leidt tot verbetering van het praktijkleren;

g. de kosten van het project niet in verhouding zijn met de activiteiten en de te verwachten resultaten, met name voor de MKB-ondernemers;

h. het niet aannemelijk is dat de activiteiten bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 1e, binnen zes maanden na subsidieverlening worden afgerond;

i. het niet aannemelijk is dat het vernieuwingstraject binnen drie jaar kan worden voltooid;

j. onvoldoende vertrouwen bestaat in de structurele voortzetting van de activiteiten, bedoeld in artikel 1, onderdeel g, 3e, indien het project mede is gericht op duurzame verankering als daar bedoeld.