Bijlage 8 Aanwijzing ontneming
Proces-verbaalnummer: Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a onder zichzelf Verdachte/veroordeelde: Parketnummer: Mr. officier van justitie in het arrondissement: Postbus: Postcode en plaatsnaam: dat op: (datum en tijdstip) te: (plaatsnaam) de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden. Deze inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde: Naam: Voornamen: Geboren op: Te: Adres: Postcode en plaatsnaam: (Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.) Dit beslag is gegrond op de machtiging: u conservatoir beslag ex art. 103 Sv u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van: u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv) u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv) Het beslag wordt hierbij belegd onder de Staat der Nederlanden, ten deze het Openbaar Ministerie, voor deze zaak domicilie kiezende op mijn parket, op de voorwerpen die zich op mijn last bevinden te: (bijv. dienst der Domeinen/politiebureau, griffie/parket/financiële dienst der gerechten (FA) ) De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen (de voorwerpen nauwkeurig omschrijven): Dit conservatoire beslag heeft te gelden als een conservatoir beslag onder zichzelf, als bedoeld in art. 94a jo. 94c Sv en art. 724 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). De hoofdzaak, tot welk verhaal dit beslag dient, is op dit moment wel aanhangig bij het gerechtshof te: (plaatsnaam) onder parketnummer: Als bijlage(n) is/zijn bij dit proces-verbaal gevoegd: u afschrift machtiging conservatoir beslag u afschrift machtiging strafrechtelijk financieel onderzoek u bevel tot inbeslagneming u De zinsnede, voorafgaande met u, is enkel van toepassing indien hierin een X is geplaatst. Waarvan door mij op is opgemaakt dit proces-verbaal
- 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.
- 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.
- 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.
- 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.
- 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.
- 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
- 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.