Bijlage 5 Aanwijzing ontneming
Proces-verbaalnummer: Onderwerp: Proces-verbaal van conservatoir beslag ex art. 94a Sv onder een derde Verdachte/veroordeelde: Parketnummer: Hierbij verklaar ik, verbalisant: Naam: Voornamen: Functie: Rang: dat op: (datum en tijdstip) te: (plaatsnaam) de volgende conservatoire inbeslagneming heeft plaatsgevonden. Deze inbeslagneming vond plaats door/in opdracht van de officier van justitie: Mr. verbonden aan het arrondissementsparket te: Postbus: Postcode en plaatsnaam: De inbeslagneming is geschied ten laste van verdachte/veroordeelde: Naam: Voornamen: Geboren op: Te: Adres: Postcode en woonplaats: (Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden.) Dit beslag is gegrond op de machtiging: u conservatoir beslag ex art. 103 Sv u strafrechtelijk financieel onderzoek ex art. 126 Sv Het beslag dient tot bewaring van het recht van verhaal van: u een op te leggen geldboete tot (maximaal) € (art. 94a lid 1 Sv) u een op te leggen ontnemingsmaatregel ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel thans geschat op € (art. 94a lid 2 Sv) Het beslag wordt hierbij gelegd onder: Naam: Voornamen: Geboren op: Te: Adres: Postcode en woonplaats: (Opmerking: bij een rechtspersoon de naam, de vestigingsplaats, het adres en de rechtsvorm vermelden). De volgende voorwerpen zijn hierbij in conservatoir beslag genomen: alle vorderingen van de verdachte/veroordeelde op de derde en voorts alle gelden, geldswaarden en/of roerende zaken die geen registergoederen zijn, die de derde-beslagene uit hoofde van een thans bestaande rechtsverhouding onder zich heeft en/of zal verkrijgen en/of aan de verdachte/veroordeelde verschuldigd is of zal worden, zulks ter verzekering van het verhaal van de vordering(en) als hierboven omschreven. De beslaglegger weet of vermoedt dat de verdachte/veroordeelde in ieder geval de volgende vordering op de derde-beslagene heeft: u tot een bedrag van ten minste € u tot afgifte of levering van: De beslaglegger weet
- 1. Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft:
- 1° hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van de justitie of politie;
- 2° hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt;
- 3° hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt of aan het onderzoek van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.
- 2. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een van zijn bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in de tweede of derde graad van de zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.
- 3. Met ambtenaren van de justitie of politie worden gelijkgesteld: personen in de openbare dienst van een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is, die belast zijn met de opsporing of vervolging van enig misdrijf.
- 1. Hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan een gerechtelijke bewaring onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vierde categorie.
- 2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk enig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
- 3. Met dezelfde straf wordt gestraft de bewaarder die opzettelijk een van deze feiten pleegt of toelaat, of de dader als medeplichtige ter zijde staat.
- 1. Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden, of hetzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van de openbare dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
- 2. Onder bevoegde macht wordt mede verstaan: een internationaal gerecht dat zijn rechtsmacht ontleent aan een verdrag waarbij het Koninkrijk partij is.
- 1. De belanghebbenden kunnen schriftelijk zich beklagen over inbeslagneming, over het gebruik van inbeslaggenomen voorwerpen, over het uitblijven van een last tot teruggave of over de kennisneming of het gebruik van gegevens opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk en vastgelegd tijdens een huiszoeking, alsmede over de kennisneming of het gebruik van gegevens, als bedoeld in de artikelen 100, 101, 114, 125i, 125j, 126nc tot en met 126nf en 126uc tot en met 126uf.
- 2. De belanghebbenden kunnen schriftelijk verzoeken om vernietiging van gegevens, vastgelegd tijdens een doorzoeking of op vordering verstrekt.
- 3. Het klaagschrift of het verzoek wordt zo spoedig mogelijk na de inbeslagneming der voorwerpen of de kennisneming der gegevens ingediend ter griffie van het gerecht in feitelijke aanleg, waarvoor de zaak wordt vervolgd of het laatst werd vervolgd. Het klaagschrift of het verzoek is niet ontvankelijk indien het is ingediend op een tijdstip waarop drie maanden zijn verstreken sedert de vervolgde zaak tot een einde is gekomen.
- 4. Indien een vervolging niet of nog niet is ingesteld wordt het klaagschrift of het verzoek zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen twee jaren na de inbeslagneming of kennisneming ingediend ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, binnen hetwelk de inbeslagneming of kennisneming is geschied. De rechtbank is bevoegd tot afdoening tenzij de vervolging mocht zijn aangevangen voordat met de behandeling van het klaagschrift of het verzoek een aanvang kon worden gemaakt. In dat geval zendt de griffier het klaagschrift of het verzoek ter afdoening aan het gerecht, bedoeld in het vorige lid.
- 5. De griffier van het gerecht dat tot afdoening bevoegd is, zendt aan degene bij wie het voorwerp is in beslag genomen, indien hij noch de klager is, noch afstand van het voorwerp heeft gedaan, en zijn adres bekend is, onverwijld een afschrift van het klaagschrift en deelt hem mee dat hij zijnerzijds een klaagschrift kan indienen. Op last van de voorzitter van het gerecht stelt de griffier tevens andere belanghebbenden van het klaagschrift in kennis, hun de gelegenheid biedende hetzij zelf binnen een in de kennisgeving te vermelden termijn een klaagschrift in te dienen, betrekking hebbend op hetzelfde voorwerp, hetzij tijdens de behandeling van het klaagschrift te worden gehoord. In het laatste geval geldt de kennisgeving als oproeping.
- 6. De behandeling van het klaagschrift of het verzoek door de raadkamer vindt plaats in het openbaar.
- 7. Acht het gerecht het beklag of het verzoek gegrond, dan geeft het de daarmede overeenkomende last.