Bijlage 2 Aanwijzing mensenhandel: aspecten van het delict mensenhandel
Inhoudsopgave 1. Verhouding mensenhandel en mensensmokkel 2. Seksuele uitbuiting en prostitutie 3. Gedwongen of verplichte arbeid 3.1 Andere dan seksuele vormen van uitbuiting 3.2 Faciliteerders bij het gedwongen verrichten van arbeid of diensten 3.3. Risicogroepen / branches 4. Verwijdering van organen 5. Slachtoffers 6. Minderjarige slachtoffers 7. Bejegening slachtoffers 8. Slavernij 9. B-9-procedure Vreemdelingencirculaire 2000 10. Internationale instanties Mensensmokkel is kort gezegd hulp bij illegale binnenkomst, verblijf en doorreis. Mensensmokkel is niet (primair) gericht op uitbuiting. Bij mensensmokkel is het belang van de staat in het geding. Dat belang is daarin gelegen dat op het grondgebied van de staat alleen mensen verblijven die daartoe gerechtigd zijn. Bij de strafbaarstelling van mensensmokkel staat bescherming van de gesmokkelde persoon tegen uitbuiting niet voorop. Mensensmokkel is vrijwel altijd grensoverschrijdende criminaliteit. De gesmokkelden zijn illegale vreemdelingen. Mensenhandel is vaak grensoverschrijdend van karakter, maar behoeft dat niet te zijn. Ook binnen de landsgrenzen kunnen mensen worden verhandeld. Slachtoffers van mensenhandel in Europa zijn meestal vreemdeling, vaak illegaal. Mensensmokkel en mensenhandel zijn meestal vormen van georganiseerde criminaliteit. Maar mensensmokkelaars en mensenhandelaren kunnen ook buiten het verband van een criminele organisatie opereren. Zowel met mensensmokkel als met mensenhandel wordt veel geld verdiend. Tussen mensensmokkel en mensenhandel bestaan derhalve verschillen en overeenkomsten. Hoewel er raakvlakken bestaan tussen beide strafbare feiten, is het goed deze uit elkaar te houden. Er bestaat samenhang en samenloop tussen mensensmokkel en mensenhandel, wanneer de gesmokkelde persoon in een situatie van uitbuiting geraakt om zijn of haar schuld aan de smokkelaar terug te betalen. Indien dit geschiedt, kunnen mensenhandel en mensensmokkel tezamen worden tenlastegelegd.20Memorie van toe
- • de mogelijkheid om door tussenkomst van de behandelend opsporingsambtenaar of het Openbaar Ministerie op de hoogte te worden gehouden van het verloop van het onderzoek en het verdere verloop van het strafproces tot en met de executie
- • de mogelijkheden die de B9-regeling biedt
- • de mogelijkheid om voor praktische, emotionele of juridische ondersteuning een beroep te doen op Bureau Slachtofferhulp, de Stichting tegen Vrouwenhandel, vakbonden en vertrouwensartsen
- • de mogelijkheid om, al dan niet in het kader van een strafzaak, schadevergoeding te vorderen
- • de mogelijkheid van het indienen van een klacht ex artikel 12 Sv bij een eventueel sepot.
- • De mogelijkheid om na het doen van aangifte arbeid te verrichten op basis van een vergunning voor verblijf voor bepaalde tijd
- • Het bieden van een bedenktijd van maximaal drie maanden voor de beslissing over het doen van aangifte door slachtoffers van uitbuiting
- • Er moet sprake zijn van goede voorlichting aan het slachtoffer over de verschillende fasen en het verloop van de procesgang.
- • Voor goede opvang en begeleiding kan contact worden opgenomen met de Stichting tegen Vrouwenhandel
- • Er moet worden gewezen op de mogelijkheid van rechtsbijstand en van medisch onderzoek.