Art. 1 Regeling Baten-lastendiensten 2007, Definities

Regeling Baten-lastendiensten 2007

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. baten-lastendienst: een dienstonderdeel als bedoeld in het eerste lid van artikel 10 van de Comptabiliteitswet 2001;

b. vakMinister: de Minister belast met de leiding van het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;

c. vakMinisterie: het Ministerie waaronder de betrokken (kandidaat) baten-lastendienst ressorteert;

d. lening: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd beschikbaar wordt gesteld vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist op een zogenoemde leningrekening;

e. initiële lening: de lening die wordt afgesloten bij de instelling van de baten-lastendienst en opgenomen is in de openingsbalans ten behoeve van de financiering van over te nemen activa van het vakMinisterie.

f. termijndeposito: een vast geldbedrag dat tegen een rentevergoeding gedurende een bepaalde looptijd in de centrale kas van ’s Rijks schatkist wordt aangehouden op een zogenoemde depositorekening;

g. leenplafond: het maximale geldbedrag dat in de vorm van een of meer leningen met een bepaalde looptijd in een jaar aan een baten-lastendienst kan worden toegekend;

h. Rijkshoofdboekhouding: de afdeling van het Ministerie van Financiën die belast is met de bankierstaken voor onder andere de baten-lastendiensten vanuit de centrale kas van ’s Rijks schatkist.

i. Exploitatiereserve: een reserve die wordt aangehouden om jaarlijkse fluctuaties in de exploitatie op te vangen.

k. Verplichte reserve: een reserve die men verplicht is aan te houden indien immateriële vaste activa op het gebied van ontwikkelingsactiviteiten, op de balans worden opgenomen.

l. Exploitatieresultaat: het saldo van gerealiseerde baten en lasten over een jaar.