Art. 3 Instellingsbesluit Inspectieraad

Instellingsbesluit Inspectieraad

1. De Inspectieraad heeft ten minste de volgende leden:

– De inspecteur-generaal van het Staatstoezicht op de Mijnen (EZ)

– De directeur-hoofdinspecteur van het Agentschap Telecom (EZ)

– Het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (BZK)

– Het hoofd van de inspectie voor de Sanctietoepassing (Just)

– De directeur van de Algemene Inspectiedienst (LNV)

– De inspecteur-generaal van de Inspectie van het Onderwijs (OCW)

– De directeur van de Erfgoedinspectie (OCW)

– De inspecteur-generaal van de Inspectie Werk en Inkomen (SZW)

– De algemeen directeur van de Arbeidsinspectie (SZW)

– De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (V&W)

– De inspecteur-generaal van de VROM-inspectie (VROM)

– De hoofdinspecteur van de Inspectie jeugdzorg (VWS/Justitie)

– De inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (VWS)

– De inspecteur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit (LNV)

2. De Inspectieraad heeft de volgende adviserende leden:

– De directeur-generaal Management Openbare Sector van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

– De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van Justitie.

3. De Inspectieraad heeft de mogelijkheid agendaleden aan te wijzen die het recht hebben vergaderingen bij te wonen.