Bijlage 6 Regeling LNV-subsidies: bijlage behorend bij artikel 4.1 van de Regeling LNV-subsidies
Artikel 15 van het politieke akkoord tussen de Raad en het Europees Parlement van 30 mei 2013 over het voorstel voor een Verordening van het Europees Parament en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (COM(2011) 425 definitief)
- 1. Alle vangsten onderhevig aan vangstlimieten, [...]1In de passages die niet relevant zijn voor de Nederlandse situatie is de tekst weggelaten. gevangen tijdens visserijactiviteiten in EU wateren, of door EU schepen in wateren welke niet vallen onder de soevereiniteit van derde landen, in de visserij en geografische gebieden zoals hier beneden uiteengezet, zullen aan boord van visserijschepen worden gehouden, geregistreerd, aangeland en afgetrokken van de betreffende quota, tenzij ze gebruikt worden als levend aas, overeenkomstig het volgende tijdschema:
- (a) uiterlijk 1 januari 2015:
- – visserij op kleine pelagische soorten, dat wil zeggen, visserij op makreel, haring, horsmakreel, blauwe wijting, evervis, ansjovis, grote zilvervis, sardines, sprot;
- – [...]
- – visserijen voor industriële doeleinden op lodde, zandspiering en Noorse kever, zandspiering en noorse kever;
- (b) [...]
- (c) uiterlijk 1 januari 2016 voor soorten die de visserij definiëren en niet later dan 1 januari 2019 voor alle andere soorten in:
- (i) De Noordzee:
- – visserijen op kabeljauw, schelvis, wijting en koolvis;
- – visserijen op Noorse kreeft;
- – visserijen op tong en schol;
- – visserijen op heek;
- – visserijen op noorse garnaal;
- (ii) Noordwestelijke wateren:
- – visserijen op kabeljauw, schelvis, wijting en koolvis;
- – visserijen op Noorse kreeft;
- – Visserijen op tong en schol;
- – visserijen op heek;
- (iii) Zuidwestelijke wateren:
- – visserijen op Noorse kreeft;
- – visserijen op tong en schol;
- – visserijen op heek;
- (iv) Andere visserijen op soorten onderhevig aan vangstlimieten.
- (d) Ten laatste 1 januari 2017 voor soorten die de visserijen definiëren en niet later dan 1 januari 2019 voor alle andere soorten in visserij die niet gedekt zijn door paragraaf 1a in alle andere EU wateren en in niet-EU wateren die niet vallen onder de soevereiniteit of jurisdictie van derde landen.
- 1bis Paragraaf 1 geldt onverminderd internationale verplichtingen die bindend zijn voor de Unie. [...]
- 1ter. Wanneer alle lidstaten met een direct belang in het beheer van een bepaalde visserij, het er over eens zijn dat de aanlandplicht zou moeten gelden voor soorten anders dan die in paragraaf 1 gedefinieerd, mogen zij een gezamenlijke aanbeveling doen met als doel de toepassing van de aanlandplicht onder paragraaf 1 met andere soorten uit te breiden. [...]
- 2. De volgende zullen worden uitgezonderd van de in paragraaf 1 genoemde aanlandplicht:
- (a) soorten waarvan is bepaald dat visserij is verboden en die als zodanig geïdentificeerd zijn in EU regelgeving in het kader van het EU Gemeenschappelijk Visserij Beleid;
- (b) soorten waarvan wetenschappelijk bewijs hoge overlevingspercentages aantoont, met inachtneming van de karakteristieken van tuig, visserijpraktijken en het ecosysteem;
- (c) vangsten welke vallen onder de de minimis uitzondering.
- 3. Details van de implementatie van de aanlandplicht van de in paragraaf 1 genoemde visserijen zullen worden vastgelegd en gespecificeerd in meerjarenplannen. [...], waaronder:
- (a) speciale bepalingen betreffende visserijen of soorten die gedekt worden door de aanlandplicht van gereguleerde soorten zoals uiteengezet in paragraaf 1.
- (b) de specificatie van de uitzonderingen op de aanlandplicht voor soorten zoals genoemd in paragraaf 2 van dit artikel;
- (c) bepalingen voor de de minimis uitzondering tot 5% van de totale jaarlijkse vangsten van alle soorten onderhevig aan de aanlandplicht zoals uiteengezet in paragraaf 1. De de minimis uitzondering zal gelden in de volgende omstandigheden: Vangsten onder deze bepaling zullen niet worden afgetrokken van de relevante quota. Zulke vangsten zullen wel worden geregistreerd. Voor een overgangsperiode van vier jaar, het percentage van de totale jaarlijkse vangsten in subparagraaf c zal toenemen: (i) met twee procent in de eerste 2 jaren van de toepassing van de aanlandplicht, en (ii) met een procent in de daaropvolgende twee jaren;
- i) Waar wetenschappelijk bewijs aantoont dat een toename in selectiviteit zeer moeilijk te bereiken is, of;
- ii) Vermijding en behandeling van ongewenste bijvangsten leidt tot onevenredige kosten, voor vistuigen waar ongewenste bijvangsten niet meer is dan een bepaald percentage, vast te stellen in het plan van de totale jaarlijkse vangst van dat tuig;
- (d) bepalingen voor de registratie van de vangsten;
- (e) vaststellen van minimum instandhoudings referentie maten, indien van toepassing, overeenkomstig paragraaf 5.
- 3a. Waar geen meerjarenplan of beheerplan [...] voor de visserij in kwestie is aangenomen, mag de Commissie een specifiek discards plan op tijdelijke basis aannemen [...].
- 3b. Waar geen maatregelen zijn aangenomen, of in een meerjarenplan [...] of in een specifiek discardsplan [...] met als doel de de minimis uitzondering te specificeren [...], zal de Commissie met gedelegeerde handelingen [...] een de minimis uitzondering aannemen die, afhankelijk van de voorwaarden zoals uiteengezet in paragraaf 3(c)(i) of (ii) niet meer dan 5% van de totale jaarlijkse vangsten zal bedragen van alle soorten waarop de aanlandplicht van toepassing is, zoals vermeld in paragraaf 1. Deze de minimis uitzondering zal worden aangenomen als in werking zijnde vanaf de datum van aanvraag van de relevante aanlandplicht.
- 4. Als uitzondering van de verplichting om vangsten van de betreffende quota af te trekken overeenkomstig paragraaf 1, zullen vangsten van soorten onderhevig aan de aanlandplicht welke hoger zijn dat de quota, of waarvoor de lidstaat geen quota heeft, mogen worden afgetrokken van de doelsoort, zolang dat niet de 9% van de quota van de doelsoorten overschrijdt. Deze bepaling geldt alleen wanneer het bestand van de niet-doelsoort in kwestie binnen biologisch veilige grenzen is.
- 4b. Voor bestanden die onderhevig zijn aan de aanlandplicht, mogen lidstaten een flexibiliteit tot 10% van de toegestane vangsten tussen de jaren toepassen. Voor dit doeleinde, mogen lidstaten extra aanlandingen toestaan, zolang deze hoeveelheden de 10% niet overstijgen die is toegekend aan de lidstaten. Artikel 105 van de controle verordening is hierop van toepassing.
- 5. Met als doel als doel de bescherming van juveniele mariene organismen, mogen minimum instandhoudings referentie maten worden vastgesteld.
- 6. Voor de soorten die onderhevig zijn aan de aanlandplicht zoals gespecificeerd in paragraaf 1, het gebruik van vangsten van soorten onder de minimum instandhoudings referentie maat zal beperkt zijn tot toepassing anders dan humane consumptie, inclusief vismeel, visolie, voer voor huisdieren, voedseladditieven, farmaceutica en cosmetica.
- 7. Voor de soorten niet onderhevig aan de aanlandplicht zoals genoemd in paragraaf 1 de vangsten van soorten beneden de minimum instandhoudings referentie maat zal niet aan boord blijven, maar direct teruggegooid worden in zee.
- 8. Lidstaten zullen zorg dragen voor een gedetailleerde en accurate registratie van visreizen en adequate capaciteit en middelen met als doel de aanlandplicht van alle vangsten te controleren en handhaven, met waarnemers, CCTV en andere middelen. Daarbij zullen lidstaten principes als efficiëntie en proportionaliteit respecteren.