Art. 2:37 Regeling LNV-subsidies, Subsidiabele activiteiten
1. De Minister kan voor een investering als bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling subsidie verstrekken aan landbouwondernemingen of samenwerkingsverbanden, genoemd bij die investering, voor zover die investering leidt tot:
a. een hoger niveau van diergezondheid in Nederland en daardoor tot een beter technisch en economisch perspectief van en continuïteit binnen landbouwondernemingen;
b. verlaging van de productiekosten;
c. de verbetering en omschakeling van de productie;
d. de instandhouding en verbetering van het natuurlijk milieu, de hygiënische omstandigheden, dierenwelzijn, voedselveiligheid of duurzaam gebruik van energiebronnen;
e. herstructurering en ontwikkeling;
f. verhoging van de kwaliteit en toegevoegde waarde van producten;
g. verbetering van de arbeidsomstandigheden in de onderneming;
h. behoud en duurzaam gebruik van biodiversiteit en natuurlijke hulpbronnen;
i. verhoging van de doelmatigheid bij inzet en gebruik van middelen, machines en menskracht, of
j. het tot waarde brengen van bij-, rest- en afvalproducten;
k. verbetering van de leefkwaliteit op het platteland.
2. Een landbouwonderneming komt voor de subsidie in aanmerking indien:
a. door de investering de algehele prestatie van de landbouwonderneming wordt verbeterd, en
b. de investering voldoet aan de daarvoor geldende EG-maatregelen en nationale voorschriften.
3. Aan een landbouwonderneming wordt geen subsidie verstrekt indien de subsidie betrekking heeft op vervangingsinvesteringen.