Bijlage 3 Aanwijzing kinderpornografie

Aanwijzing kinderpornografie

Instellingen die kinderpornografisch materiaal willen gebruiken voor wetenschappelijke, educatieve of therapeutische doeleinden, richten zich tot de landelijk officier van justitie kinderpornografie bij het Landelijk Parket te Rotterdam. Bij aanvraag wordt aangegeven voor welk doel en voor welke periode de selectie zal worden gebruikt en wie binnen de organisatie bevoegd is de selectie te gebruiken (naam en/of functie). Indien de landelijk officier van justitie aan de hand van door het Landelijk Parket opgestelde criteria tot de conclusie komt dat de aanvraag ingewilligd zal worden, verzoekt zij het KLPD (in overleg met de aanvragende instelling) een selectie kinderpornografische afbeeldingen ter beschikking te stellen. De selectie wordt gezonden aan de landelijk officier van justitie kinderpornografie, die vervolgens zorg draagt voor overdracht aan de aanvrager. Het Landelijk Parket stelt tevens regels voor gebruik en beveiliging op. Deze regels moeten worden nageleefd om vervolging te voorkomen. Deze regels zullen tegelijk met de overdracht van het materiaal aan de instelling bekend worden gemaakt. Instellingen kunnen gecontroleerd worden op niet aangemeld gebruik en/of overtreding van de regels voor gebruik en beveiliging. De coördinator kinderpornografie van de betreffende politieregio en de zedenaanspreekofficier van justitie in het betreffende arrondissement worden in kennis gesteld van de verleende toestemming aan de instelling voor bezit en gebruik van kinderpornografisch materiaal zonder strafrechtelijke consequenties. Het Landelijk Parket verzorgt de landelijke coördinatie.