Art. 12 Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001, Bewijzen van bevoegdheid
Regeling bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen voor luchtvarenden 2001
Het bedienen van een luchtvaartuig als bedoeld in bijlage I behorende bij de basisverordening is ook toegestaan wanneer de bestuurder beschikt over een geldig bewijs van bevoegdheid afgegeven overeenkomstig verordening (EU) nr. 1178/2011, verordening (EU) 2018/395 of verordening (EU) 2018/1976 waaraan een klasse- of type bevoegdverklaring is verbonden die de bevoegdheid geeft het desbetreffende luchtvaartuig te bedienen.