Bijlage 1 Aanwijzing opsporingsberichtgeving: vermissing van kinderen
Aanwijzing opsporingsberichtgeving
Indien een kind wordt vermist en er is sprake van een vermoeden van een ernstig misdrijf, beslist de Officier van Justitie over de inzet van opsporingsberichtgeving en over de beëindiging ervan. Het OM en de politie werken, onder voorwaarden, mee aan het publiceren van de gegevens van vermiste kinderen in het kader van opsporingsberichtgeving. Niet elk medium is geschikt voor de opsporing van vermiste kinderen. Het is aan het OM en de politie om te bepalen waaraan wordt meegewerkt. Het internet is geschikt bevonden voor internationale opsporing van vermiste kinderen. In deze bijlage wordt beschreven welke gevallen van vermissing onder welke voorwaarden in aanmerking komen en aan welke eisen de berichtgeving op internet dient te voldoen. De voorwaarden gelden mutatis mutandis ook voor opsporing van vermiste kinderen via andere media. Op internet is in dit kader aangehaakt bij de internationale internetsite van het Amerikaanse National Center for Missing & Exploited Children. De dienst Nationale Recherche Informatie (dNRI) van het Korps Landelijke Politiediensten is beheerder van de Nederlandse pagina van dit centrum. Sinds april 1999 worden op de webpagina www.vermistekinderen.nl gegevens en foto’s geplaatst van kinderen die in Nederland worden vermist. Als sprake is van een vermissing die voldoet aan de hieronder genoemde algemene voorwaarden, kan de coördinator vermiste personen van het behandelend regionaal politiekorps, dan wel een buitenlandse politie-instantie of een door dNRI erkende organisatie die zich inzet voor de opsporing van vermiste kinderen, het verzoek doen aan de dNRI tot plaatsing van de gegevens van het vermiste kind op de door de dNRI beheerde internet-website. De informatie, benodigd voor het plaatsen van de afbeelding van het vermiste kind, wordt aan de dNRI ter beschikking gesteld door tussenkomst van de coördinator vermiste personen van het behandelend regionaal politiekorps of andere bovengenoemde instantie. Na ontvangst van deze informatie
- • Het vermiste kind heeft op het moment van verdwijning de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt;
- • Onder ‘vermist zijn’ wordt begrepen de situatie waarin de verblijfplaats van het kind, van wie de vermissing is gemeld bij de politie of aan de behandelende instantie, niet bekend is;
- • Er is voldoende aanleiding te veronderstellen dat plaatsing van de foto van het vermiste kind op het internet kan leiden tot het terugvinden van het kind;
- • Er zijn geen omstandigheden die, naar het oordeel van de behandelende medewerker van de dNRI, ongewenste gevolgen zullen hebben dan wel nadelig zullen zijn voor het vermiste kind;
- • Plaatsing van de afbeelding op de website vindt plaats overeenkomstig de indeling in een van de nader te noemen categorieën. De indeling heeft betrekking op het moment dat tot plaatsing wordt overgegaan;
- • Van de vermissing van het kind is aangifte gedaan bij de politie door degene(n) die het wettig gezag over het kind uitoefent(en);
- • Degene(n) die het wettig gezag over het kind uitoefent(en), heeft (hebben) uitdrukkelijk en schriftelijk toestemming verleend tot de plaatsing van de afbeelding en/of vermelding van alle daarmee verband houdende gegevens, zoals personalia van het vermiste kind en de omstandigheden van de vermissing. Deze toestemming kan te allen tijde schriftelijk worden ingetrokken. Intrekking van toestemming dient te worden gericht aan de CRI. De plaatsing zal na intrekking van de toestemming zo snel mogelijk dienen te worden beëindigd;
- • Indien toestemming tot plaatsing van een daartoe gerechtigd persoon ontbreekt, dan wel aanleiding bestaat te veronderstellen dat het gezag over het minderjarige kind wordt betwist, kan de dNRI ambtshalve overgaan tot plaatsing van een afbeelding van het vermiste kind, zulks ter beoordeling van de programmaleider van het programma moord en zeden van de dNRI;
- • In alle gevallen waarin sprake is van (het vermoeden van) een ernstig strafbaar feit is het besluit over de inzet van (deze vorm van) opsporingsberichtgeving voorbehouden aan de behandelend Officier van Justitie. De afweging die moet worden gemaakt in de hiervoor genoemde algemene voorwaarden van plaatsing, is derhalve aan de Officier van Justitie. Deze wordt hierin geadviseerd door de eerder genoemde programmaleider van het programma moord en zeden van de dNRI;
- • In alle gevallen waarin sprake is van (het vermoeden van) een ernstig strafbaar feit kan de Officier van Justitie besluiten de plaatsing te beëindigen. Hij kan zich hierin laten adviseren door de eerdergenoemde programmaleider van het programma moord en zeden van de CRI.
- • het vermiste kind is ouder dan 12 jaar, maar heeft de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt en
- • er is sprake van een redelijk vermoeden dat moet worden gevreesd voor de gezondheid of veiligheid van het vermiste kind, zulks ter beoordeling van de programmaleider van het programma moord en zeden van de dNRI. Als sprake is van (het vermoeden van) een ernstig strafbaar feit en daarmee gepaard gaande opsporingshandelingen onder verantwoordelijkheid van een Officier van Justitie, beslist deze over plaatsing.
- • het vermiste kind is ouder dan 12 jaar, doch heeft de leeftijd van 16 jaar nog niet bereikt;
- • het kind wordt ten minste gedurende een periode van drie weken vermist en er zijn geen aanwijzingen die het vermoeden van een misdrijf rechtvaardigen.