Bijlage 7 Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening Wft: toetstermen pensioenverzekeringen en premiepensioenvorderingen
Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Nummer toetsterm Termen T Eindterm De personen baseren hun advisering met betrekking tot pensioenverzekeringen en premiepensioenvorderingen op: 1a. grondige en actuele kennis met betrekking tot relevante wetgeving inzake pensioen en directeur-grootaandeelhouder-pensioentoezegging, voor zover deze niet in eigen beheer wordt opgebouwd. 1a.1 De kandidaat kan de relatietussen Algemene Ouderdomswet (AOW), Algemene nabestaandenwet (ANW) Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en pensioen vanuit de rechtsgronden van de Pensioenwet (PW) en de fiscale wetgeving verklaren. B 1a.2 De kandidaat kan de relatietussen ziekte en arbeidsongeschiktheid en pensioenopbouw beschrijven. K 1a.3 De kandidaat kan uitleggen hoe wetgeving rond gelijke behandeling inwerkt op het pensioen. B 1a.4 De kandidaat kan uitleggen hoe het Burgerlijk Wetboek (BW) en de Pensioenwet (PW) inwerkt op de arbeidsovereenkomst met betrekking tot pensioen. B 1a.5 De kandidaat kan de invloedvan individuele en collectieve waardeoverdracht op het adviestraject aangeven. B 1a.6 De kandidaat kan uitleggen welke invloed fiscale wetgeving en de Pensioenwet (PW) hebben op de uitvoeringsovereenkomst met betrekking tot flexibiliseringselementen. B 1a.7 De kandidaat kan uitleggen hoe de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) inwerkt op pensioen. B 1a.8 De kandidaat kan benoemen welke gevolgen de Financial Accounting Standards (FAS) en de International Financial Reporting Standards (IFRS) hebben op de bedrijfsvoering bij de verschillende pensioenregelingen. K 1a.9 De kandidaat kan de gevolgen aangeven van Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF) en het bestaan van een beroepspensioenfonds of een ondernemingspensioenfonds op de pensioenregeling van de werkgever. B 1a.10 De kandidaat kan de gevolgen aangeven die de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) kan hebben op de pensioenregeling van de werkgever. B 1a.11 De kandidaat kan de relatie aangeven tussen de Wet op de loonbelasting 1