Bijlage 5 Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Regeling vaststelling toetstermen examens financiële dienstverlening Wft
Nummer toetsterm Termen T Eindterm 2a: De personen zijn in staat de behoefte, risico’s en (toekomstige) aanspraken op het gebied van levensverzekeringen te inventariseren en interpreteren 2a.1 De kandidaat kan een eenvoudige nalatenschap berekenen met daarin een vererfde levensverzekering Tp 2a.2 De kandidaat kan in een casus beoordelen of successierecht verschuldigd is. Tp 2a.3 De kandidaat kan uitleggen waarom het recht van de begunstigde op een uitkering van een levensverzekering niet kan worden aangetast door de erfgenamen van de verzekerde. B 2a.4 De kandidaat kan globaal het verschil voor de positie van de laatstlevende aangeven van een situatie met en zonder partnerverklaring B 2a.5 De kandidaat kan beargumenteren waarom de financiering van de AOW een bedreiging is voor de continuïteit van deze voorziening in de toekomst Ti 2a.6 De kandidaat kan in een praktijksituatie beoordelen of er sprake is van een AOW-/ANW-hiaat. Tp 2a.7 De kandidaat kan de gevolgen aangeven van de financieringswijze van de AOW voor de houdbaarheid van deze voorziening is een vergrijzende samenleving. B 2a.8 De kandidaat kan uitleggen wat er in 2015 wijzigt ten aanzien van AOW-rechten B 2a.9 De kandidaat kan beschrijven hoe de AOW en ANW worden gefinancierd. K 2a.10 De kandidaat kan beschrijven wat de hoogte van de AOW/ANW is. K 2a.11 De kandidaat kan de verschillende soorten AOW- en ANW-uitkeringen benoemen en beschrijven wie hiervoor verzekerd zijn. K 2a.12 De kandidaat kan benoemen welke instantie de AOW-uitkering verzorgt. K 2a.13 De kandidaat kan omschrijven wie gerechtigd zijn tot een AOW- of ANW-uitkering. K 2a.14 De kandidaat kan de samenhang tussen de drie pijlers van het Nederlandse stelsel van oudedagsvoorzieningen schetsen. Ti 2a.15 De kandidaat kan een grafische voorstelling met ouderdoms- en nabestaandenpensioen interpreteren. Ti 2a.16 Vervallen. 2a.17 Vervallen. 2a.18 De kandidaat kan de wettelijke systematiek van waardeoverdracht cijfermatig illustreren. Ti 2a.19 Vervall