Bijlage I Aanwijzing handelwijze geweldsaanwending (politie)ambtenaar
Aanwijzing handelwijze geweldsaanwending (politie)ambtenaar
Het uitgangspunt is dat de politie bij de naleving van de geldende voorwaarden bevoegd is geweld te gebruiken. De politiefunctionaris ontleent deze bevoegdheid tot het gebruik van geweld aan artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Artikel 8 bevat voorts de voorwaarden waaronder die bevoegdheid mag worden toegepast. Ter invulling van die voorwaarden is op basis van artikel 9 van de Politiewet 1993 de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar opgesteld. Vervolgens vindt een beoordeling op grond van de Ambtsinstructie plaats. Het gebruik van geweld is nader uitgewerkt in Hoofdstuk 2 van de Ambtsinstructie. In de artikelen 7 t/m 10 en 12 van de Ambtsinstructie wordt het vuurwapengebruik nader uitgewerkt en aan een aantal voorwaarden verbonden. Uitgangspunt is dat vuurwapengebruik beperkt moet blijven tot uitzonderingssituaties. Voor de beoordeling van het vuurwapengebruik is in het bijzonder art. 7 van de Ambtsinstructie van belang. Artikel 7, eerste lid, onder a: Mag redelijkerwijs worden aangenomen dat de aan te houden persoon een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken, dan mag de ambtenaar gebruik maken van een vuurwapen. ‘Redelijkerwijs’ zal ingevuld moeten worden met de inhoud van de melding, de verklaring van getuigen, de controleerbare kennis van de politie over de vuurwapengevaarlijkheid van de aan te houden persoon etc. Artikel 7, eerste lid, onder b: De basis voor vuurwapengebruik wordt vaak gevonden in artikel 7, eerste lid, onder b. Het gebruik van het vuurwapen is toegestaan om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van, of veroordeeld is, wegens het plegen van een misdrijf: Bij de formulering onder 2 worden in de Nota van Toelichting als voorbeelden van aantasting van de lichamelijke integriteit geno
- 1. waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en
- 2. dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of
- 3. dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn. Er moet dus een combinatie zijn van 1 met 2, of van 1 met 3.