Art. 4 Vrijstellingsregeling LVR
1. De gezagvoerder van een luchtvaartuig die deelneemt aan een luchtvaartvertoning waarvoor krachtens artikel 17 van de Luchtvaartwet een vergunning is verleend, mag beneden de minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement vliegen.
2. De minimum-VFR-vlieghoogte, bedoeld in het eerste lid, is niet lager dan de vlieghoogte als vermeld in een vertoninglicentie als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel s, van de Regeling luchtvaartvertoningen.