Bijlage 2a Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling: formules als bedoeld in artikel 21, tweede lid
Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling
In deze bijlage wordt verstaan onder: De contante waarde van alle opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten CWvoor wordt vastgesteld door eerst de verwachte uitgaande kasstromen die voortvloeien uit de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten KSvoor(i,h) voor ieder individu i en voor alle looptijden h > 0 vast te stellen. Vervolgens worden de kasstromen van ieder individu per looptijd gesommeerd en wordt hiervan de contante waarde vastgesteld. Voor opgebouwde pensioenaanspraken of variabele uitkeringen die voortvloeien uit een premieovereenkomst is de contante waarde CWvoor gelijk aan het kapitaal voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies. Indien sprake is van een premieovereenkomst geldt in afwijking van het eerste lid dat de opgebouwde pensioenaanspraken of variabele uitkeringen niet hoeven te worden meegenomen in CWvoor en KSvoor(i,h), maar in de waarde P. De waarde P is dan gelijk aan de som van het kapitaal voortvloeiend uit de beschikbaar gestelde premies van ieder individu. Indien sprake is van een premieovereenkomst met inleggarantie of rendementsgarantie wordt de waarde van de inleggarantie of rendementsgarantie in afwijking van het eerste lid opgenomen in waarde P. De waarde van de inleggarantie of rendementsgarantie is gelijk aan de specifiek hiervoor aangehouden voorziening of wordt vastgesteld door toepassing van de vba-methode, bedoeld in artikel 46c van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling. De overwegingen om al dan niet van het tweede lid gebruik te maken worden overeenkomstig artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling opgenomen in het implementatieplan. De onderbouwing bevat ook een toelichting waarom de gemaakte keuze bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie. De contante waarde van de aanpassingskasstromen CW* wordt vastgesteld door eerst de aanpassingskasstromen KS*(i,h) voor iedere deelnemer, gewezen d
- – ieder individu: iedere deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner en pensioengerechtigde;
- – premieovereenkomst: premieovereenkomst of premieregeling;
- – voor pensioenuitkering bestemd vermogen dan wel kapitaal: voor pensioenuitkering bestemd vermogen in de solidaire premieovereenkomst dan wel solidaire premieregeling dan wel het kapitaal in de flexibele premieovereenkomst dan wel flexibele premieregeling.
- a. Voor ieder individu i en voor alle looptijden h > 0 worden de verwachte uitgaande kasstromen KSvoor (i,h) bepaald, zodat de contante waarde hiervan gelijk is aan CWvoor. Voor deze bepaling gebruikt het fonds de hiervoor benodigde aannames en methodes, waarbij het zich baseert op zo realistisch mogelijke aannames en de op dat moment bij de uitvoerder geldende tarieven. Een fonds kan hiervan afwijken, indien toepassing van het op 30 juni 2022 in de actuariële en bedrijfstechnische nota, bedoeld in artikel 145 van de Pensioenwet dan wel artikel 140 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling, vastgelegde beleidskader bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie, of voor zo ver dit leidt tot een realistischere bepaling van de kasstromen KSvoor (i,h). De onderbouwing van een afwijking wordt overeenkomstig artikel 46, tweede lid, onderdeel c, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling in het implementatieplan opgenomen.
- b. Vervolgens kan de contante waarde van de aanpassingskasstromen KS*(i,h) bepaald worden, overeenkomstig het eerste lid.