Bijlage 1a Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling: procedures, formules en symbolen als bedoeld in artikel 15, tweede lid

Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

Het gewogen gemiddelde van alle verwachte ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase van deelnemer i berekend op tijdstip t in een scenario is: waar wordt gedefinieerd als de reële ouderdomspensioenuitkering voor deelnemer i op tijdstip t + H en wordt gedefinieerd als de kans dat deelnemer i, met leeftijd l(i), op tijdstip t + H nog in leven is, conditioneel op tijdstip t. De risicoblootstelling behorend bij de risicomaatstaf voor de opbouwfase wordt als volgt berekend: waarbij Px percentiel x aangeeft van alle gewogen gemiddelde uitkeringen in de verschillende scenario’s. De risicoblootstelling behorend bij de risicomaatstaf voor de uitkeringsfase, met jaar op jaar afwijking, wordt vergelijkbaar berekend als: Het gewogen gemiddelde van alle verwachte ouderdomspensioenuitkeringen in de uitkeringsfase wordt berekend op basis van een hypothetisch geheel risicomijdend reëel beleggingsbeleid in een scenario als . Vervolgens wordt getoetst aan de verwachtingsmaatstaf door: Het hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid, , in de verwachtingsmaatstaf is zodanig dat het Nederlandse inflatierisico in de verwachte uitkeringsstroom door middel van reële obligaties volledig wordt afgedekt, waarbij de reële obligatieprijzen zijn afgeleid uit de uniforme scenarioset. De verwachte uitkeringsstroom wordt bepaald op basis van de beschikbare vermogens, waarbij de reële rentetermijnstructuur wordt gehanteerd als projectierendement dan wel als projectierente. Indien er sprake is van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve dan wordt deze bij de bepaling van het hypothetisch geheel risicomijdend beleggingsbeleid, , buiten beschouwing gelaten, evenals de vul- en uitdeelregels van deze reserve. De risicoblootstelling behorend bij de lange termijn risicomaatstaf kan op eenzelfde manier worden bepaald als de risicoblootstelling behorend bij de risicomaatstaf voor de opbouwfase, waarbij alleen wordt gekeken naar de nog resterende uitkeringen in de uitkeringsfase. Defin