Art. 83 Penw., Bevoegdheid tot collectieve waardeoverdracht
1. De pensioenuitvoerder is op verzoek van de werkgever of, bij bedrijfstakpensioenfondsen, de partijen die de pensioenregeling zijn overeengekomen bevoegd tot collectieve waardeoverdracht indien:
a. de waardeoverdracht ertoe strekt in verband met de beëindiging van de uitvoeringsovereenkomst tussen de werkgever en de overdragende pensioenuitvoerder de waarde onder te brengen bij de ontvangende pensioenuitvoerder met wie de werkgever een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten;
b. de werkgever wordt overgenomen als gevolg van een overgang van een onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en de overnemende onderneming een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten of gaat sluiten met een andere pensioenuitvoerder of dezelfde pensioenuitvoerder;
c. de waardeoverdracht ertoe strekt in verband met een collectieve wijziging van de pensioenovereenkomsten de waarde van pensioenaanspraken of pensioenrechten aan te wenden bij dezelfde pensioenuitvoerder overeenkomstig die gewijzigde pensioenovereenkomsten; of
d. de waardeoverdracht ertoe strekt de waarde onder te brengen in een andere collectiviteitkring bij hetzelfde algemeen pensioenfonds.
2. Bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in het eerste lid wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de deelnemers, gewezen deelnemers, gewezen partners of de pensioengerechtigden hebben geen bezwaren jegens de pensioenuitvoerder kenbaar gemaakt tegen de waardeoverdracht nadat zij over het voornemen zijn geïnformeerd;
b. de overdrachtswaarde wordt door de overdragende pensioenuitvoerder zodanig vastgesteld dat de voor mannen en vrouwen te verwerven pensioenrechten gelijk zijn waarbij aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid op basis van dezelfde grondslagen wordt voldaan; en
c. het voornemen tot waardeoverdracht aan een pensioenuitvoerder wordt door de overdragende pensioenuitvoerder uiterlijk drie maanden voor de beoogde datum van waardeoverdracht schriftelijk gemeld aan de toezichthouder en de toezichthouder heeft binnen die periode geen verbod tot waardeoverdracht opgelegd.
3. Elk beding strijdig met dit artikel is nietig.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan het vaststellen van de overdrachtswaarde en over collectieve waardeoverdracht in de situatie dat de onderneming van de werkgever heeft opgehouden te bestaan.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 29 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2461
- HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:661
- HR 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1267
- Hof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2929
- Hof Den Haag 8 mei 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:958
- Conclusie A-G van Peursem 24 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:618
- Conclusie A-G van Peursem 24 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:617
- Hof Den Haag 9 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1077
- Hof Amsterdam 3 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:2930
- Rb. Gelderland 9 januari 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:44
- Rb. Den Haag 13 augustus 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:7813
- Conclusie A-G van Peursem 6 augustus 2021, ECLI:NL:PHR:2021:737
- Conclusie A-G de Bock 27 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:954
- Rb. Rotterdam 15 juni 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BX9792
- Rb. Oost-Brabant 1 maart 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1001
- Rb. Midden-Nederland 1 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:4070
- Rb. Limburg 8 november 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017:10722
- Rb. Arnhem 12 september 2012, ECLI:NL:RBARN:2012:BX8829
- Rb. Amsterdam 23 januari 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:344
- Hof 's-Hertogenbosch 4 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3060