Art. 6.1 Subsidieregeling ESF 2007–2013, Afwijzen subsidieaanvraag

Subsidieregeling ESF 2007–2013

De subsidieaanvraag wordt door de minister afgewezen, indien:

a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de daaraan in deze regeling gestelde eisen;

b. subsidieverlening in strijd is met artikel 1.2, eerste lid;

c. subsidieverlening tot gevolg heeft dat het van toepassing zijnde maximaal beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 1.3, wordt overschreden;

d. met het project geen start zal worden gemaakt binnen een tijdsbestek van acht maanden na ontvangst van de volledige subsidieaanvraag;

e. de kosten van het project naar het oordeel van de minister niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten;

f. naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de voorbereiding en de uitvoering van het project te maken kosten;

g. naar het oordeel van de minister onaannemelijk is dat de subsidieaanvrager de subsidiabele activiteiten in voldoende mate in kwalitatieve of kwantitatieve zin kan beïnvloeden;

h. naar het oordeel van de minister onaannemelijk is dat met de door de subsidieaanvrager toegepaste werkwijze de met de subsidie beoogde doelstelling wordt bereikt;

i. het project reeds uit anderen hoofde wordt gefinancierd ten laste van Europese subsidieprogramma’s; of

j. naar het oordeel van de minister onvoldoende zekerheid bestaat dat de administratie van de subsidieaanvrager zal voldoen aan artikel 9.1;

k. deze op grond van artikel 1.5, derde lid, tweede zin, niet meedoet aan de loting, bedoeld in dat lid.