Bijlage 5A Rskr
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010 (Rskr)
Ter berekening van de potentiële toekomstig kredietpositie op basis van de theoretische hoofdsommen of onderliggende waarden. Resterende looptijd Rente-contracten Contracten die betrekking hebben op wisselkoersen of goud Contracten die betrekking hebben op aandelen Contracten die betrekking hebben op andere edele metalen dan goud Contracten die betrekking hebben op andere grondstoffen dan edele metalen Eén jaar of korte 0% 1% 6% 7% 10% Eén tot en met vijf jaar 0,5% 5% 8% 7% 12% Langer dan vijf jaar 1,5% 7,5% 10% 8% 15% Bij de berekening gelden de navolgende bepalingen: De in aanmerking te nemen vorderingswaarde van het potentiële kredietrisico van een totale-opbrengstenswap-kredietderivaat of van een credit default swap-kredietderivaat wordt bepaald door vermenigvuldiging van het nominale bedrag van het kredietderivaat met de volgende percentages: Onder gekwalificeerde post wordt in dit verband verstaan de posities in schuldinstrumenten bedoeld in artikel 3:9, derde lid, onderdelen a tot en met d, en vierde lid, onderdelen a tot en met e, van de Rsm 2011. In het geval van een credit default swap is het financiële ondernemingen waarvoor het aan de swap verbonden risico een lange positie in de onderliggende waarde vertegenwoordigt, echter toegestaan om voor het potentiële toekomstige kredietrisico een percentage van 0% toe te passen, tenzij de credit default swap bezwaard is met closeout in geval van insolventie van de entiteit waarvoor het aan de swap verbonden risico een korte positie in de onderliggende waarde vertegenwoordigt, ook al is er voor de onderliggende waarde geen sprake van wanbetaling in welk geval het percentage voor het toekomstige kredietrisico van de instelling wordt beperkt tot het bedrag van de premies die nog niet door de entiteit aan de instelling zijn betaald. Wanneer het kredietderivaat protectie verschaft voor het nde optredende default (kredietverzuim) onder een aantal onderliggende verplichtingen, wordt bepaald welk van de bovengenoemde per
- – Bepaling van de positiewaarde
- – Berekening potentiële toekomstige kredietpositie
- 1. Het potentiële kredietrisico hoeft niet te worden berekend voor posities in zogenoemde ‘floating floating-renteswaps’.
- 2. Contracten die niet tot een van de in de tabel vermelde vijf categorieën behoren, moeten worden behandeld als contracten die betrekking hebben op andere goederen dan edele metalen.
- 3. Voor contracten waarbij de hoofdsom meer dan eens wordt betaald, moeten de percentages worden vermenigvuldigd met het resterende aantal betalingen dat volgens het contract nog moet worden verricht.
- 4. Voor contracten die gestructureerd zijn om na gespecificeerde betalingsdata de risicopositie af te wikkelen en waarvan de voorwaarden zodanig herzien worden dat de marktwaarde van het contract op deze gespecificeerde data nihil is, is de resterende looptijd gelijk aan de periode tot de volgende herzieningsdatum. In het geval van rentecontracten die aan deze criteria voldoen en een resterende looptijd van meer dan één jaar hebben, mag het percentage niet lager zijn dan 0,5%.
- a. 5%, wanneer de referentieverplichting, gesteld dat zij voor de financiële onderneming een direct risico deed ontstaan, als gekwalificeerde post in aanmerking zou worden genomen; of
- b. 10%, wanneer de referentieverplichting, gesteld dat zij voor de financiële onderneming een direct risico deed ontstaan, niet als gekwalificeerde post in aanmerking zou worden genomen.