Art. 3:21 Rskr, Risicogewogen posten voor vorderingen op centrale overheden en centrale banken, banken en beleggingsondernemingen en ondernemingen
Regeling solvabiliteitseisen kredietrisico en grote posities Wft 2010 (Rskr)
1. Indien een financiële onderneming voor één of meer van de subcategorieën genoemd in artikel 3:6 niet kan voldoen aan de in afdeling 3.6 vastgestelde minimumvereisten voor PD-ramingen, past zij voor de bepaling van de risicogewichten voor vorderingen uit deze onderdelen tabel 1 van bijlage 3 toe.
2. Een financiële onderneming kan aan de vorderingen met een resterende looptijd van 2,5 jaar of meer in categorie 1 van de in het eerste lid bedoelde tabel een risicogewicht van 50% toekennen en kan aan dergelijke vorderingen in categorie 2 van die tabel een risicogewicht van 70% toe kennen, mits zij kan aantonen dat de risicokenmerken van de vordering voor de desbetreffende categorie substantieel positiever zijn dan normaal voor die categorie.
3. Bij de toekenning van risicogewichten aan vorderingen overeenkomstig het eerste lid houden financiële ondernemingen rekening met de volgende factoren:
a. financiële draagkracht van het specifieke project respectievelijk van de tegenpartij;
b. politieke en juridische omgeving;
c. kenmerken van de transactie of activa;
d. financiële draagkracht van de sponsor en ontwikkelaar, met inbegrip van enigerlei inkomstenstroom uit hoofde van een publiek-privaat partnerschap of garantiepakket.