Art. 2.4 Vrijstellingsregeling visserij, Vrijstellingen mossel- en oestervisserij

Vrijstellingsregeling visserij

1. Van het bepaalde in artikel 4 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren wordt vrijstelling verleend voor het vissen met enig vistuig geschikt voor het vangen van:

a. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;

b. mosselen en zeesterren door de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen;

c. oesters door de visrechthebbende op de oesterpercelen in de Oosterschelde.

2. Van het bepaalde in artikel 9 van de Beschikking visserij, visserijzone, zeegebied en kustwateren wordt vrijstelling verleend voor zover het betreft het uitzaaien van mosselen, afkomstig uit de Waddenzee, in de Oosterschelde aan:

a. de visrechthebbende op de mosselpercelen gelegen in de kustwateren;

b. de visrechthebbende dan wel degene die daartoe toestemming heeft gekregen van de visrechthebbende op verwaterpercelen gelegen in de Oosterschelde.