Bijlage D Srsv: toetsbedragen geluidwerende maatregelen
Subsidieregeling sanering verkeerslawaai (Srsv)
Alle bedragen zijn exclusief BTW. Kostenklasse I II III IV V Toetsbedrag/m2 411 457 485 598 643 S (m2) < 0,5 ≥ 0,5 ≥ 0,6 ≥ 0,7 ≥ 0,8 ≥ 1,0 ≥ 1,4 ≥ 2,0 ≥ 2,8 < 0,6 < 0,7 < 0,8 < 1,0 < 1,4 < 2,0 < 2,8 C (€) 147 87 45 24 0 32 61 86 109 Kostenklasse I II III IV V Nieuwe draairamen 455 550 565 570 575 Nieuwe vaste ramen 360 395 405 415 420 Dakramen excl. Suskasten 800 865 940 1.060 1.190 Nieuwe deuren 1.295 1.470 € 1.470 1.470 1.470 Verwijderen schuifraam, per stuk 189 Naar binnen draaiende delen, per stuk 115 Draai-kiep-raam, per stuk 189 Stijl/dorpel bij nieuwe draaidelen, per strekkende meter 173 Kierdichting bestaande draaidelen, per strekkende meter 32 Toeslag inhaakkozijnen, per vierkante meter 431 Toeslag stellatten t.b.v. voorzetbeglazing, per strekkende meter 14 Naaddichting aan de binnenzijde per m1 (alleen kit) € 15 Naaddichting aan de binnenzijde per m1 (hoeklat + kit) € 31 Naaddichting aan de buitenzijde per m1 (alleen kit) € 15 Suskast 600 Muurdemper 590 Dakdemper 500 Mechanische ventilatievoorziening 1.090 Type 1, dakbeschot met waterbestendige plaat kierdicht maken 120 Type 2, idem type 1 met aanvullend montage gipsplaten en spouw geheel of gedeeltelijk vullen met minerale wol, eventueel op verende regels 300 Type 3. idem type 2 echter montage gipsplaten op verende regels 350 Alleen gipsplaten 180 Gipsplaten met minerale wol 200 Wijze van berekening met het toetsbedragensysteem voor geluidwerende maatregelen De belangrijkste aspecten van het systeem van de toetsbedragen zijn:
- • Differentiatie in vijf klassen met een bereik van ieder 2 dB.
- • De klassen betreffen kostenklassen (I t/m V). Door middel van het nomogram (figuur 1) kan per situatie, afhankelijk van de vereiste geluidwering, de kostenklasse worden bepaald. Deze kostenklassen corresponderen met de RA-waarden van de lichte geveldelen.
- • In een correctie (C) wordt de invloed van het gemiddeld element oppervlak verdisconteerd. (Kleine oppervlakken zijn per m² duurder dan grote oppervlakken.)
- • Per raam en deur geldt een toeslag per stuk. Omdat de detaillering van bewegende delen afhankelijk is van de geluidisolatie, varieert deze toeslag per kostenklasse. Deze toeslag is gebaseerd op naar buiten draaiende ramen en deuren.
- • Indien ten opzichte van de bestaande situatie afwijkende raamtypes moeten worden toegepast, kan daarvoor nog een toeslag per stuk gelden (tabel d). Wordt een schuifraam vervangen door een vast deel of draairaam, dan geldt een toeslag voor het demonteren van het raam en aanpassen van het kozijn.
- • Afhankelijk van de vereiste geluidisolatiewaarde wordt enkele, dan wel dubbele naaddichting toegepast. Bij enkele naaddichting is het over het algemeen om bouwfysische redenen noodzakelijk deze aan de binnenzijde aan te brengen.
- • Per geluidsbelast geluidsgevoelig vertrek zal over het algemeen een geluiddempende ventilatievoorziening nodig zijn. Afhankelijk van het type geldt een verschillend toetsbedrag.
- • Bij maatregelen aan hellende daken ligt slechts een beperkt aantal bouwkundige constructies voor de hand. Om die reden zijn de toetsbedragen gebaseerd op de kosten van de desbetreffende maatregelen. De toetsbedragen corresponderen met de constructies die in de publicatie1Brochure VROM ‘Verkeerslawaai en Woningen’, december 1989. “Verkeerslawaai en Woningen" zijn beschreven onder respectievelijk de codes DH1, DH5 tot en met DH7 en DH8. De keuze van het type constructie is sterk afhankelijk van de vereiste geluidwering. De normkosten van de verschillende kostenklassen voor dakisolatie zijn allereerst gerelateerd aan de uit te voeren werkzaamheden.
- • Globaal kan aangehouden worden dat type 1, 2 en 3 corresponderen met een eis van respectievelijk RA ≤ 27 dB, 28 dB ≤ RA ≤ 36 dB en RA ≥ 37 dB. (genoemde isolatiewaarden zijn gerelateerd aan de isolatiewaarden op basis van het wegspectrum). Bij de bepaling van de toetsbedragen is er onder meer van uitgegaan dat het dak akoestisch nog niet geïsoleerd is, er geen dakkapel aanwezig is, er geen bijzondere voorzieningen aan de dakvoet nodig zijn, er geen knieschotten en ingebouwde kasten aanwezig zijn en de nieuwe afwerking zal bestaan uit sauswerk op gipskartonplaat. Als de aanwezige situatie verschilt van deze uitgangspunten zal dat wat betreft uitvoeringskosten in het algemeen tot een afwijking van de toetsbedragen kunnen leiden: bijvoorbeeld als het dak al wel (gedeeltelijk) geïsoleerd is tot minder kosten en bij de aanwezigheid van een dakraam tot meer kosten.
- • Ook bij maatregelen aan plafonds ligt slechts een beperkt aantal bouwkundige constructies voor de hand. Om die reden zijn de toetsbedragen gebaseerd op de kosten van de desbetreffende maatregelen.