Bijlage 3 Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO
Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO
Het programma PLATO+ maakt het volgende mogelijk: Voor studiebezoeken kunnen zowel groeps- als individuele aanvragen worden ingediend. Voor onderwijsstages geldt de regeling van de groepsaanvragen. In het kader van de studiebezoeken of onderwijsstages kunnen de lidstaten van de Europese Unie worden bezocht. Voorts kunnen studiebezoeken aan Marokko of Turkije worden gebracht, indien aanvragers bij hun werkzaamheden direct te maken hebben met leerlingen uit het te bezoeken land. Individuele aanvragers kunnen naast genoemde landen ook andere gewenste landen bezoeken indien sprake is van een evidente onderwijskundige betekenis. Voor studiebezoeken geldt als uitgangspunt een verblijf in het andere land van minimaal vijf dagen en maximaal drie weken, met een studieprogramma van ten minste vier volledige dagen per week. Kortere studiebezoeken zijn subsidiabel aan België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk of als de duur van een conferentie een kortere duur rechtvaardigt. Voor onderwijsstages geldt een minimum verblijf van twee weken. Er wordt maximaal voor een verblijfsduur van zeven weken subsidie verstrekt. Het aantal deelnemers per school voor één activiteit bedraagt in principe maximaal vier. Voor een conferentie, seminar of andere activiteit die in een bepaalde week op een bepaalde plaats wordt gehouden, kunnen maximaal zes Plato-beurzen worden toegekend, tenzij sprake is van een groepsaanvraag. Nascholingsinstituten, instellingen die behoren tot de onderwijsverzorging en schoolbesturen met minimaal tien scholen onder zich, kunnen voor (toekomstige) leerkrachten primair en voortgezet onderwijs of leerkrachten verbonden aan lerarenopleidingen, groepsaanvragen indienen. In formele zin zijn de scholen van de deelnemers de aanvragers en treden genoemde instituten als bemiddelaar op. Van een groep is sprake als zeven of meer leerkrachten en/of schoolleiders naar dezelfde bestemming gaan om in een bepaalde week hetzelfde programma te volgen. De aanvraag kan in
- a. studiebezoeken aan het buitenland van leerkrachten en schoolleiders van scholen en lerarenopleidingen;
- b. onderwijsstages in het buitenland van studenten van lerarenopleidingen.
- – een activiteitenplan en een brief of ander bewijsstuk waaruit de medewerking van de buitenlandse partner blijkt;
- – een begroting van de kosten;
- – een toelichting inhoudende de wijze waarop de activiteit een bijdrage levert aan de deskundigheidsbevordering van de deelnemer(s) en de wijze waarop hierover achteraf verantwoording zal worden afgelegd;
- – voor zover sprake is van een activiteit als bedoeld in paragraaf 1, onderdeel a: een toelichting van de wijze waarop deze activiteit doorwerkt in de eigen onderwijspraktijk;
- – voor zover sprake is van een individueel bezoek aan een ander land dan een EU-lidstaat, Marokko of Turkije: een verklaring of toelichting waarmee de evidente onderwijskundige betekenis wordt aangetoond; en
- – voor zover sprake is van een groepsaanvraag voor studenten van een lerarenopleiding: brieven van de deelnemende studenten, waarin zij hun buitenlandse stage motiveren.
- – de mate waarin het perspectief op doorwerking naar de onderwijspraktijk (na afloop van het studiebezoek) aannemelijk is gemaakt in de aanvraag;
- – een evenwichtige spreiding over Nederland, naar thema, schooltype en denominatie wordt nagestreefd;
- – aanvragen inzake studiebezoeken naar of onderwijsstages in België, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk genieten voorrang.
- – alleen de reiskosten langs de meest economische weg;
- – alleen de noodzakelijke verblijfskosten, waarbij een maximum geldt van € 70 per dag;
- – kosten van een cursus of conferentie, mits deze binnen de maximumbedragen vallen die per leerkracht/schoolleider worden gehanteerd;
- – kosten van vervanging van lesgebonden uren in het primair onderwijs en in het speciaal voortgezet onderwijs, indien de aanstelling van een vervanger onvermijdelijk is, waarbij een maximum geldt van € 750 per week;
- – kosten van vervanging van lesgebonden uren in het voortgezet onderwijs vanaf de tweede week, bij een verblijfsduur langer dan een week, waarbij een maximum geldt van € 750 per week.