Bijlage 2 Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO

Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO

Binnen het leerlingenuitwisselingsprogramma vinden de volgende activiteiten plaats: De landen die kunnen worden bezocht zijn de landen van de EU, kandidaat-lidstaten van de EU en Noorwegen en IJsland. Bij de uitwisselingen en bijeenkomsten geldt als uitgangspunt dat de Nederlandse leerlingen ten minste vijf dagen in het andere land verblijven en leerlingen uit het buitenland ten minste vijf dagen in Nederland verblijven. Bij een uitwisseling met België, Duitsland, Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk is een korter verblijf mogelijk. Voor de voorbereidende bezoeken geldt dat deze in beginsel niet langer dan één week bedragen. In het kader van de uitwisselingen en bijeenkomsten verblijven de leerlingen over en weer in gastgezinnen, tenzij er speciale en aantoonbare redenen zijn om hiervan af te wijken. Hiervan is sprake als het gaat om leerlingen voor wie verblijf in een gastgezin objectief aanwijsbare en onoverkomelijke problemen oplevert. De aanvraag wordt ingediend op een formulier dat verkrijgbaar is bij het Europees Platform en omvat een: De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op alle aanvragen per aanvraagronde. Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen voor groepsuitwisselingen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke groepsuitwisselingsprojecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie. Daarbij gelden, in volgorde van doorslaggevendheid, de volgende criteria: Indien een zodanig aantal toe te wijzen aanvragen voor individuele uitwisselingen worden ingediend dat het beschikbare bedrag niet toereikend is, beslist de Minister met betrekking tot soortgelijke groepsuitwisselingsprojecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstellingen van de subsidie, waarbij aanvragen die tevens betrekking hebben op een tegenbezoek van een leerling uit het buitenland voorrang genie