Art. 5 Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO, Subsidiebedrag per subsidieontvanger

Tijdelijke subsidieregeling nationale programma’s voor internationalisering PO en VO

1. De subsidie bedraagt voor aanvragen in het kader van:

a. BUURLANDEN: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 5.000;

b. PLUVO: ten hoogste 70 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan € 10.000;

c. PLATO+: per persoon per aanvraag ten hoogste:

1°. € 1.750 voor studiebezoeken van leerkrachten of schoolleiders, met dien verstande dat voor dat onderdeel niet meer wordt verleend dan € 3.000 per activiteit per aanvraag;

2°. € 1.500 voor onderwijsstages van studenten van lerarenopleidingen;

d. PITON: ten hoogste 75 procent van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat per instelling niet meer wordt verleend dan:

1°. € 7.500 voor tweetalig onderwijs in het voortgezet onderwijs;

2°. € 4.000 voor versterkt talenonderwijs in het voortgezet onderwijs;

3°. € 5.500 voor vervroegd talenonderwijs in het primair onderwijs.

2. Een nadere uitwerking van d e grondslagen voor het bepalen van de hoogte van de subsidie is opgenomen in de bijlagen bij deze regeling.