Bijlage IB Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit: standaardrekenmethode 2
Meet- en rekenvoorschrift bevoegdheden luchtkwaliteit
Bron: een punt of gebied verantwoordelijk voor de emissie van luchtverontreinigende stoffen; Pluimhoogte: de hoogte van het verticale middelpunt van de pluim; Rekenpunt: het punt waar de luchtkwaliteit wordt berekend; Rekenafstand: de afstand tussen een bron en een rekenpunt; Tracé: een aaneenschakeling van wegvakken; Verticale verspreidingscoëfficiënt: een maat voor de verdunning van de concentraties van luchtverontreinigende stoffen Windroos: dit is een kompasroos waarin de windrichtingen worden aangeduid; Windsector: een bereik van windrichtingen in de windroos; Wegas: lijn in het midden van een weg; Wegsegment: deel van een wegvak; Wegvak: deel van een weg waarvan de eigenschappen, die van invloed zijn op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen, gelijk blijven. Standaardrekenmethode 2 is bedoeld voor het berekenen van de gevolgen voor de luchtkwaliteit bij wegen. Bij toepassing van deze methode voldoet de beschouwde situatie aan de volgende voorwaarden: Binnen het toepassingsbereik vallen diverse varianten, welke per wegvak op basis van de volgende eigenschappen van elkaar zijn te onderscheiden (zie onderstaande figuur): Standaard rekenmethode 2 maakt het mogelijk om berekeningen uit te voeren voor: De jaargemiddelde concentratie wordt berekend met de volgende formule: Voor de jaargemiddelde grootschalige concentratie wordt gebruik gemaakt van de gegevens bedoeld in artikel 3, van de regeling. Voor het berekenen van de jaargemiddelde concentratie bijdrage van het verkeer worden alle concentratiebijdragen per windsector vermenigvuldigd met de fractie van het jaar waarin sprake is van een bijdrage uit de desbetreffende windsector en vervolgens gesommeerd: De berekening van de jaargemiddelde concentratie voor NO2 geschiedt met behulp van formule 1.1, echter de jaargemiddelde concentratiebijdrage van het verkeer voor stikstofdioxide is afhankelijk van: De invloed van de chemische reacties dient te worden verdisconteerd voor een correcte berekening van de
- 1. de aanwezigheid en breedte (b) van een middenberm;
- 2. de configuratie van de rijbanen. De volgende configuraties zijn mogelijk:
- – één rijrichting, bestaande uit één of meerdere banen;
- – twee rijrichtingen, bestaande uit één of meerdere banen;
- 3. de hoogteligging (h) van de weg ten opzichte van het maaiveld;
- 4. de aanwezigheid van schermen of wallen, de locatie (eenzijdig/tweezijdig), de hoogte (h1 of h2), en de afstand (l1 of l2) tot de wegrand, waarbij voor h een een minimale waarde geldt van 1 meter en een maximale waarde 6 meter, en waarbij voor l een maximale waarde van 50 meter.
- a. de jaargemiddelde concentraties voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10), lood en koolmonoxide;
- b. het aantal keren per jaar dat de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 hoger is dan de grenswaarde van 50 μg/m3;
- c. het 98-percentiel van de 8-uurgemiddelde concentratie koolmonoxide;
- d. het aantal maal dat de 24-uurgemiddelde concentratie zwaveldioxide hoger is dan de grenswaarde van 125 μg/m3;
- e. het aantal maal dat de uurgemiddelde concentratie stikstofdioxide hoger is dan de grenswaarde van 200 μg/m3.
- – de jaargemiddelde bijdrage door het verkeer aan de concentratie stikstofoxiden (NOx). Deze wordt berekend zoals de overige stoffen, met formule 1.1;
- – en de chemische reacties in de atmosfeer, onder invloed van ozon, waardoor een deel van de NO wordt omgezet in NO2.