Art. 5.3 Bgh, Verzoek om een hogere waarde als bedoeld in artikel 110a, derde lid van de wet
1. Behoudens bij toepassing van artikel 4.7 kan een verzoek als bedoeld in artikel 110a, derde lid, van de wet met betrekking tot een zone langs een spoorweg als bedoeld in artikel 1.4 en, voor zover het de aanleg van nog niet geprojecteerde woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen betreft, als bedoeld in artikel 1.4a, worden gedaan door:
a. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningen, de andere geluidsgevoelige gebouwen of de geluidsgevoelige terreinen gesitueerd zijn of worden, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
b. burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de spoorweg gesitueerd is of wordt, waarvoor de hogere waarde verzocht wordt;
c. de spoorwegexploitant, indien het betreft de aanleg of wijziging van een spoorweg.
2. Bij toepassing van artikel 4.7 wordt een verzoek als bedoeld in het eerste lid gedaan door de spoorwegexploitant.